1 Johannes 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Ziet, hoe grote liefde de Vader ons heeft bewezen, dat wij kinderen Gods worden genoemd, en het ook zijn. Daarom juist kent de wereld òns niet, omdat ze Hèm niet kent.
1ראו מה גדלה אהבת האב הנתונה לנו אשר נקרא בני האלהים על כן העולם איננו ידע אתנו יען כי אותו לא ידע׃
2Geliefden, thans reeds zijn wij kinderen Gods; maar nog is het niet openbaar geworden, wat wij zùllen zijn. Toch weten we, dat wanneer de openbaring gekomen is, wij aan Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien, zoals Hij is.
2אהובי עתה בנים לאלהים אנחנו ועוד לא נגלה מה נהיה אך ידענו כי בהגלותו נדמה לו כי נראהו כאשר הוא׃
3Wie deze hoop op Hem stelt, houdt zich rein, zoals Hij rein is.
3וכל אשר לו תקוה כזאת יטהר את עצמו כאשר טהור גם הוא׃
4Wie zonde bedrijft, overtreedt ook de wet; want de zonde is schennis der wet.
4כל העשה חטא גם פשע בתורה הוא והחטא הוא פשע בתורה׃
5Welnu, gij weet, dat Hij is verschenen, om de zonden weg te nemen; en in Hem is geen zonde.
5וידעתם כי הוא נגלה לשאת את חטאינו ובו אין חטא׃
6Wie in Hem blijft, zondigt niet; wie zondigt, heeft Hem gezien, noch gekend.
6כל העמד בו לא יחטא כל החוטא לא ראהו גם לא ידעו׃
7Kinderkens, laat u door niemand misleiden! Wie de gerechtigheid beoefent, is een gerechtige, zoals Hij Gerechtig is.
7בני אל יתעה אתכם איש העשה צדקה צדיק הוא כאשר הוא צדיק׃
8Maar wie zonde bedrijft, is uit den duivel, want de duivel zondigt van de aanvang af; en daartoe juist is Gods Zoon verschenen, om de werken van den duivel te vernietigen.
8והעשה חטא מן השטן הוא כי השטן חטא מראש לזאת נגלה בן האלהים להפר את פעלות השטן׃
9Wie uit God is geboren, bedrijft geen zonde, want zijn Zaad is in hem; hij kan zelfs niet zondigen, omdat hij uit God is geboren.
9כל הנולד מאלהים לא יחטא כי זרעו בו יקום ולא יוכל לחטא כי מאלהים נולד׃
10Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels te kennen: wie de gerechtigheid niet beoefent, is niet uit God. Evenmin hij, die zijn broeder niet liefheeft.
10ונודעו בזאת בני האלהים ובני השטן כל איש אשר לא יעשה צדקה איננו מאלהים וכן כל אשר לא יאהב את אחיו׃
11Want dit is de boodschap, die gij van de aanvang af hebt gehoord, dat we elkander moeten beminnen.
11כי זאת היא השמועה אשר שמעתם מראש לאהבה איש את רעהו׃
12We moeten niet zijn als Kaïn, die uit den Boze was en zijn broeder vermoordde. En waarom vermoordde hij hem? Omdat zijn werken boos waren, maar die van zijn broeder gerecht.
12לא כקין אשר היה מן הרע והרג את אחיו ומדוע הרגו יען כי מעשיו היו רעים ומעשי אחיו מעשי צדק׃
13Broeders, verwondert u dus niet, zo de wereld u haat.
13אל תתמהו אחי אם ישנא אתכם העולם׃
14We weten, dat we uit de dood tot het leven zijn overgegaan, omdat we de broeders beminnen; die niet bemint, blijft in de dood.
14אנחנו ידענו כי עברנו מן המות אל החיים על כי נאהב את אחינו איש אשר לא יאהב את אחיו ישאר במות׃
15Wie zijn broeder haat, is een moordenaar; en gij weet, dat geen moordenaar het eeuwig leven behoudt.
15כל השנא את אחיו רצח נפש הוא וידעתם כי כל רצח נפש לא יתקימו בו חיי עולמים׃
16Hieraan erkennen we de liefde: Hij heeft zijn leven gegeven voor ons; ook wij moeten ons leven geven voor onze broeders.
16בזאת הכרנו את האהבה כי הוא נתן את נפשו בעדנו גם אנחנו חיבים לתת את נפשתינו בעד אחינו׃
17Wie dan de goederen der wereld bezit, en zijn broeder in nood ziet, maar zijn hart voor hem sluit, hoe blijft dan in hem de liefde tot God?
17ואיש אשר לו נכסי העולם והוא ראה את אחיו חסר לחם וקפץ את רחמיו ממנו איך תעמד בו אהבת אלהים׃
18Kinderkens, laat ons niet liefhebben met woord of met tong, maar met daad en in waarheid.
18בני אל נא נאהב במלין ובלשון כי אם בפעל ובאמת׃
19Hieraan zullen we erkennen, dat we uit de waarheid zijn: We zullen ons hart geruststellen voor Hem,
19ובזאת נדעה כי מן האמת אנחנו ולפניו נשקיט את לבותינו׃
20ook als het hart ons aanklaagt; want God is groter dan ons hart, en Hij weet alles.
20כי אם לבבנו ירשיע אתנו האלהים נשגב הוא מלבבנו וידע את כל׃
21Geliefden, als ons hart ons niet aanklaagt, dan hebben we vertrouwen op God,
21אהובי אם לבבנו לא ירשיענו בטחון לנו באלהים׃
22en verkrijgen van Hem al wat we vragen. -Want we onderhouden zijn geboden en doen wat Hem behaagt.
22וכל אשר נשאל מאתו נקבל כי נשמר את מצותיו ונעשה את הרצוי לפניו׃
23Dit immers is zijn gebod: dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jesus Christus, en dat we elkander beminnen, zoals Hij het ons bevolen heeft.
23וזאת היא מצותו להאמין בשם בנו ישוע המשיח ולאהבה איש את רעהו כאשר צונו׃
24Wie zijn geboden onderhoudt, blijft in Hem en Hij in hem; en hieraan erkennen we, dat Hij in ons blijft: aan de geest, die Hij ons schonk.
24והשמר את מצותיו יקום בו והוא בו ובזאת נדע כי הוא שכן בנו ברוח אשר נתן לנו׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.