ΣΕΙΡΑΧ 24
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)Original language
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Ἡ σοφία αἰνέσει ψυχὴν αὐτῆς, καὶ ἐν μέσῳ λαοῦ αὐτῆς καυχήσεται.
1Vijfde reeks. De wijsheid en onze verhouding tot anderen. Inleiding. Het hooglied der wijsheid. De wijsheid gaat zichzelve prijzen, Te midden van haar volk zich roemen.
2Ἐν ἐκκλησίᾳ ὑψίστου στόμα αὐτῆς ἀνοίξει, καὶ ἔναντι δυνάμεως αὐτοῦ καυχήσεται.
2Zij opent haar mond in de gemeente van den Allerhoogste, En gaat zich verheffen voor zijn heirschaar; Bij het uitverkoren volk gaat zij zich loven, En onder de gezegenden zich verheerlijken:
3Ἐγὼ ἀπὸ στόματος ὑψίστου ἐξῆλθον, καὶ ὡς ὁμίχλη κατεκάλυψα γῆν.
3“Uit de mond des Allerhoogsten kwam ik voort, En bedekte de aarde als een nevel;
4Ἐγὼ ἐν ὑψηλοῖς κατεσκήνωσα, καὶ ὁ θρόνος μου ἐν στύλῳ νεφέλης.
4In de hoogten had ik mijn woontent, Op de wolkenzuil mijn troon.
5Γῦρον οὐρανοῦ ἐκύκλωσα μόνη, καὶ ἐν βάθει ἀβύσσων περιεπάτησα.
5Ik alleen doorliep de kring des hemels, En wandelde in de diepten van de afgrond;
6Ἐν κύμασι θαλάσσης καὶ ἐν πάσῃ τῇ γῇ, καὶ ἐν παντὶ λαῷ καὶ ἔθνει ἐκτησάμην.
6Over de golven der zee en heel de aarde, In iedere stam en volk toonde zich mijn macht.
7Μετὰ τούτων πάντων ἀνάπαυσιν ἐζήτησα, καὶ ἐν κληρονομίᾳ τίνος αὐλισθήσομαι.
7Bij die allen zocht ik een rustplaats, Een erfdeel, waar ik kon blijven.
8Τότε ἐνετείλατό μοι ὁ κτίστης ἁπάντων, καὶ ὁ κτίσας με κατέπαυσε τὴν σκηνήν μου, καὶ εἶπεν, ἐν Ἰακὼβ κατασκήνωσον, καὶ ἐν Ἰσραὴλ κατακληρονομήθητι.
8Toen gaf de Schepper van het heelal mij zijn bevel; Hij, die mij vormde, wees mijn tent een plaats, En sprak: “In Jakob zal uw woontent zijn, In Israël uw erfdeel.”
9Πρὸ τοῦ αἰῶνος ἀπʼ ἀρχῆς ἔκτισέ με, καὶ ἕως αἰῶνος οὐ μὴ ἐκλίπω.
9Vóór de eeuwen, van de aanvang af door Hem gevormd, Blijf ik tot in eeuwigheid bestaan.
10Ἐν σκηνῇ ἁγίᾳ ἐνώπιον αὐτοῦ ἐλειτούργησα, καὶ οὕτως ἐν Σιὼν ἐστηρίχθην.
10In de heilige tent deed ik dienst voor zijn aanschijn, En kreeg ik op de Sion vaste voet;
11Ἐν πόλει ἠγαπημένῃ ὁμοίως με κατέπαυσε, καὶ ἐν Ἰερουσαλὴμ ἡ ἐξουσία μου.
11Hij deed mij wonen in zijn geliefde stad, En vestigde in Jerusalem mijn heerschappij.
12Καὶ ἐῤῥίζωσα ἐν λαῷ δεδοξασμένῳ, ἐν μερίδι Κυρίου κληρονομίας αὐτοῦ.
12Zo schoot ik wortel in een roemvol volk, In het erfdeel van Jahweh, midden in zijn bezit.
13Ὡς κέδρος ἀνυψώθην ἐν Λιβάνῳ, καὶ ὡς κυπάρισσος ἐν ὄρεσιν Ἀερμών.
13Ik rees omhoog als een ceder op de Libanon, Als een cypres op de berg Hermon;
14Ὡς φοῖνιξ ἀνυψώθην ἐν αἰγιαλοῖς, καὶ ὡς φυτὰ ῥόδου ἐν Ἱεριχῶ· ὡς ἐλαία εὐπρεπὴς ἐν πεδίῳ, καὶ ἀνυψώθην ὡς πλάτανος.
14Ik schoot op als een palm in En-Gédi, Als rozenstruiken in Jericho, Als een schone olijf op het veld, En groot werd ik als een plataan.
15Ὡς κιννάμωμον καὶ ἀσπάλαθος ἀρωμάτων δέδωκα ὀσμὴν, καὶ ὡς σμύρνα ἐκλεκτὴ διέδωκα εὐωδίαν· ὡς χαλβάνη καὶ ὄνυξ καὶ στακτὴ, καὶ ὡς λιβάνου ἀτμὶς ἐν σκηνῇ.
15Ik geurde als kaneel en muskaat, Verspreidde zoete reuk als kostelijke mirre, Als hars of nagelen en balsem, Als de geur van wierook in de Tent.
16Ἐγὼ ὡς τερέμινθος ἐξέτεινα κλάδους μου, καὶ οἱ κλάδοι μου κλάδοι δόξης καὶ χάριτος.
16Ik strekte als een terebint mijn takken uit, En mijn twijgen waren vol schoonheid en pracht;
17Ἐγὼ ὡς ἄμπελος βλαστήσασα χάριν, καὶ τὰ ἄνθη μου καρπὸς δόξης καὶ πλούτου.
17Als een wijnstok schoot ik frisse loten, En mijn bloesem gaf heerlijke en rijke vrucht.
no verse 18 in this text
18Ik ben de moeder van de schone liefde, Van de godsvrucht, de kennis en de heilige hoop; In mij is alle genade van leven en waarheid, In mij alle hoop op leven en deugd.
19Προσέλθετε πρὸς μὲ οἱ ἐπιθυμοῦντές μου, καὶ ἀπὸ τῶν γεννημάτων μου ἐμπλήσθητε.
19Komt tot mij, gij die mij begeert, En verzadigt u aan mijn vruchten.
20Τὸ γὰρ μνημόσυνόν μου ὑπὲρ μέλι γλυκύ, καὶ ἡ κληρονομία μου ὑπὲρ μέλιτος κηροῦ.
20Aan mij te denken is zoeter dan honing, Mij te bezitten gaat boven honingraat uit;
21Οἱ ἐσθίοντές με ἔτι πεινάσουσι, καὶ οἱ πίνοντές με ἔτι διψήσουσιν.
21Wie mij eten, blijven naar mij hongeren, Wie mij drinken, dorsten naar meer.
22Ὁ ὑπακούων μου οὐκ αἰσχυνθήσεται, καὶ οἱ ἐργαζόμενοι ἐν ἐμοὶ οὐχ ἁμαρτήσουσι.
22Wie naar mij luistert, wordt nimmer te schande, En wie zich om mij beijveren, zondigen niet.”
23Ταῦτα πάντα βίβλος διαθήκης Θεοῦ ὑψίστου, νόμον ὃν ἐνετείλατο Μωυσῆς, κληρονομίαν συναγωγαῖς Ἰακώβ.
23Dit alles is het Verbondsboek van den Allerhoogste, De wet, die Moses gaf als erfgoed voor Jakobs gemeenten;
25Ὁ πιμπλῶν ὡς Φεισὼν σοφίαν, καὶ ὡς Τίγρις ἐν ἡμέραις νέων·
25Die wijsheid geeft, overvloedig als de Pisjon, Als de Tigris in de dagen der eerstelingen;
26ὁ ἀναπληρῶν ὡς Εὐφράτης σύνεσιν, καὶ ὡς Ἰορδάνης ἐν ἡμέραις θερισμοῦ·
26Die inzicht verleent, zo vol als de Eufraat, Als de Jordaan in de dagen van de oogst.
27ὁ ἐκφαίνων ὡς φῶς παιδείαν, ὡς Γηὼν ἐν ἡμέραις τρυγητοῦ.
27Die kennis doet stromen als de Nijl, Als de Gichon in de tijd van de wijnoogst.
28Οὐ συνετέλεσεν ὁ πρῶτος γνῶναι αὐτὴν, καὶ οὕτως ὁ ἔσχατος οὐκ ἐξιχνίασεν αὐτήν·
28Geen eerste heeft haar kunnen doorgronden, Geen laatste heeft haar doorvorst;
29Ἀπὸ γὰρ θαλάσσης ἐπληθύνθη διανόημα αὐτῆς, καὶ ἡ βουλὴ αὐτῆς ἀπὸ ἀβύσσου μεγάλης.
29Want rijker dan de zee is haar inhoud, Rijker dan de grote Oceaan haar zin.
30Κᾀγὼ ὡς διώρυξ ἀπὸ ποταμοῦ, καὶ ὡς ὑδραγωγὸς ἐξῆλθον εἰς παράδεισον.
30En ik kwam als een zijtak uit die stroom, Als een kanaal, dat een lusthof bevloeit.
31Εἶπα, ποτιῶ μου τὸν κῆπον, καὶ μεθύσω μου τὴν πρασιάν· καὶ ἰδοὺ ἐγένετό μοι ἡ διώρυξ εἰς ποταμὸν, καὶ ὁ ποταμός μου ἐγένετο εἰς θάλασσαν.
31Ik sprak: “Drenken wil ik mijn hof, En besproeien mijn weide.” En zie, mijn zijtak wies tot een stroom, En mijn stroom tot een zee.
32Ἔτι παιδείαν ὡς ὄρθρον φωτιῶ, καὶ ἐκφανῶ αὐτὰ ἕως εἰς μακράν.
32Nog meer wil ik wijsheid doen stralen als de morgen, En tot in de verte ze doen lichten;
33Ἔτι διδασκαλίαν ὡς προφητείαν ἐκχεῶ, καὶ καταλείψω αὐτὴν εἰς γενεὰς αἰώνων.
33Verder nog de onderrichting als een profetie laten stromen, En ze achterlaten voor verre geslachten.
34Ἴδετε ὅτι οὐκ ἐμοὶ μόνῳ ἐκοπίασα, ἀλλὰ πᾶσι τοῖς ἐκζητοῦσιν αὐτήν.
34Ziet, ik zwoeg niet voor mijzelf alleen, Maar ook voor allen, die haar zoeken.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.