Genesis
Chapter 36
Bible Mutal (Kosraean)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Genesis 36

Bible Mutal (Kosraean)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Pa inge fwilin tulik natul Esau, su oayapa pangpang Edom.
1Dit zijn de nakomelingen van Esau of Edom.
2Esau el payuk sin mutan Canaan inge: Adah, acn natul Elon mwet Hit; Oholibamah, acn natul Anah wen natul Zibeon mwet Hiv;
2Esau had zich de volgende vrouwen uit de kanaänietische meisjes genomen: Ada, de dochter van den Chittiet Elon; Oholibama, de dochter van Ana, de kleindochter van den Chiwwiet Sibon;
3ac Basemath, acn natul Ishmael ac tamtael lal Nebaioth.
3Basemat, de dochter van Jisjmaël, de zuster van Nebajot.
4Adah el oswella Eliphaz. Basemath el oswella Reuel.
4Ada baarde aan Esau Elifaz; Basemat Reoeël;
5Oholibamah el oswella Jeush, Jalam, ac Korah. Mukul inge nukewa isusyang nu sel Esau in acn Canaan.
5Oholibama baarde Jeoesj, Jalam en Kórach. Dit zijn de zonen van Esau, die hem in het land Kanaän werden geboren.
6Na Esau el us mutan kial, wen natul, acn natul, ac mwet nukewa in lohm sel, wi kosro nukewa natul ac ma lal nukewa ma el eis in acn Canaan, ac som lukel Jacob, tamulel lal, nu ke sie pac acn.
6Daarna nam Esau zijn vrouwen, zonen en dochters en allen, die tot zijn gezin behoorden, met zijn kudde, runderen en al de bezittingen, die hij in het land Kanaän verworven had, en trok van zijn broer Jakob weg naar een ander land.
7El som mweyen acn ma el ac Jacob tukeni orekmakin sufalla nu ke enenu laltal. Arulana puseni kosro natultal kewa, pwanang eltal tia ku in tukeni muta.
7Want zij bezaten te veel, om bij elkander te blijven; het land, waar zij woonden, kon hen wegens hun kudden niet onderhouden.
8Ouinge Esau el som ac muta infulan eol in acn Edom.
8Esau of Edom ging zich dus in het gebergte Seïr vestigen.
9Pa inge fwilin tulik natul Esau, papa tumun mwet Edom.
9Dit is de geslachtslijst van Esau, den vader van Edom, in het gebergte Seïr.
10Inen wen natul Esau pa inge: Eliphaz wen natul Adah, mutan kial Esau. Reuel wen natul Basemath, sie pac mutan kial Esau.
10Dit zijn de namen van Esau’s zonen: Elifaz, de zoon van Esau’s vrouw Ada; Reoeël, de zoon van Esau’s vrouw Basemat.
11Wen natul Eliphaz pa Teman, Omar, Zepho, Gatam ac Kenaz.
11De zonen van Elifaz waren Teman, Omar, Sefo, Gatam en Kenaz.
12(Timna el mutan kulansap se kial Eliphaz, wen natul Esau, ac el oswella Amalek nu sel Eliphaz.) Elos inge wen natul Adah, mutan se meet kial Esau.
12Timna was een bijvrouw van Esau’s zoon Elifaz, en zij baarde aan Elifaz Amalek. Dit waren dus zonen van Esau’s vrouw Ada.
13Ac wen natul Reuel pa Nahath, Zerah, Shammah, ac Mizzah. Elos inge wen natul Basemath, mutan se akluo kial Esau.
13Dit waren de zonen van Reoeël: Náchat en Zérach, Sjamma en Mizza. Ze waren dus zonen van Esau’s vrouw Basemat.
14Oholibamah, acn natul Anah wen natul Zibeon, el oswela wen tolu nu sel Esau, inelos pa Jeush, Jalam, ac Korah.
14Dit waren de zonen van Esau’s vrouw Oholibama, de dochter van Ana, en kleindochter van Sibon. Zij baarde aan Esau Jeoesj, Jalam en Kórach.
15Pa inge sou lulap ma tuku ke fwilin tulik natul Esau. Eliphaz, wen se omeet natul Esau, pa sifen sou lulap inge: Teman, Omar, Zepho, Kenaz,
15Dit zijn de stamhoofden van Esau’s zonen: De zonen van Elifaz, den eerstgeborene van Esau, zijn de stamhoofden van Teman, Omar, Sefo en Kenaz,
16Korah, Gatam, ac Amalek. Elos inge nukewa ma natul Adah, mutan se meet kial Esau.
16Kórach, Gatam en Amalek. Ze zijn de stamhoofden van de groep Elifaz in het land Edom. Ze zijn zonen van Ada.
17Reuel, wen natul Esau, pa sifen sou lulap inge: Nahath, Zerah, Shammah, ac Mizzah. Elos inge kewa ma natul Basemath, mutan se akluo kial Esau.
17Dit zijn de zonen van Esau’s zoon Reoeël: De stamhoofden van Náchat, Zérach, Sjamma en Mizza. Ze zijn de stamhoofden van de groep Reoeël in het land van Edom. Ze zijn zonen van Esau’s vrouw Basemat.
18Sou lulap inge ma tuku kacl Oholibamah, mutan se aktolu kial Esau, su acn natul Anah: Jeush, Jalam, ac Korah.
18Dit zijn de zonen van Esau’s vrouw Oholibama. De stamhoofden van Jeoesj, Jalam en Kórach. Ze zijn de stamhoofden van de groep Oholibama, de dochter van Ana, de vrouw van Esau.
19Sou lulap inge nukewa tuku ke fwilin tulik natul Esau.
19Dit zijn dus de zonen van Esau of Edom met hun stamhoofden.
20Pa inge mukul natul Seir mwet Hor, su mwet na pwaye lun acn Edom: Lotan, Shobal, Zibeon, Anah,
20En dit zijn de zonen van den Choriet Seïr, de eigenlijke bewoners van het land: Lotan, Sjobal, Sibon, en Ana.
21Dishon, Ezer, ac Dishan. Elos pa sou lulap lun mwet Hor, su wen natul Seir in acn Edom.
21Verder Disjon, Éser en Disjan. Ze zijn de stamhoofden van de Chorieten, de zonen van Seïr, in het land Edom.
22Lotan pa sifen sou lulap lal Hori ac Heman. (Oasr pac tamtael se lal Lotan pangpang Timna.)
22De zonen van Lotan waren Chori en Hemam; de zuster van Lotan was Timna.
23Shobal pa sifen sou lulap lal Alvan, Manahath, Ebal, Shepho, ac Onam.
23Dit zijn de zonen van Sjobal: Alwan, Manáchat, Ebal, Sjefo en Onam.
24Oasr wen luo natul Zibeon, inelos pa Aiah ac Anah. (Pa inge Anah se ma konauk unon in kof fol se in acn mwesis ke pacl se el liyaung donkey natul Zibeon, papa tumal.)
24Dit zijn de zonen van Sibon: Ajja en Ana; dit is de Ana, die de hete bronnen vond in de woestijn, toen hij de ezels van zijn vader Sibon weidde.
25Oasr mukul se natul Anah, inel pa Dishon, ac mutan se natul pa Oholibamah.
25Dit zijn de kinderen van Ana: Disjon en Oholibama, de dochter van Ana.
26Ac wen natul Dishon pa Hemdan, Eshban, Ithran, ac Cheran.
26Dit zijn de zonen van Disjon: Chemdan, Esjban, Jitran en Keran.
27Ezer pa papa tumun sou lulap lun Bilhan, Zaavan, ac Akan.
27Dit zijn de zonen van Éser: Bilhan, Zaäwan en Akan.
28Dishan pa papa tumun sou lulap lun Uz ac Aran.
28Dit zijn de zonen van Disjan: Oes en Aran.
29Pa inge inen sou lulap lun mwet Hor: Lotan, Shobal, Zibeon, Anah,
29Dit zijn dus de stamhoofden van de Chorieten: de stamhoofden van Lotan, Sjobal, Sibon, Ana,
30Dishon, Ezer, ac Dishan. Pa inge kais sie sou lulap lun mwet Hor in facl Seir.
30Disjon, Éser en Disjan. Het zijn de stamhoofden van de verschillende chorietische stammen in het land Seïr.
31Pa inge tokosra ma leumi acn Edom, meet liki mutawauk in oasr tokosra lun mwet Israel:
31En dit zijn de koningen, die over het land Edom regeerden, eer er een koning heerste over de zonen Israëls.
32Bela, wen natul Beor, el leum fin acn Edom. Inen siti sel pa Dinhabah.
32Béla, de zoon van Beor regeerde in Edom; zijn hofstad heette Dinhaba.
33Bela el misa, ac Jobab, wen natul Zerah mwet Bozrah, el aolulla in tokosra.
33Na de dood van Béla regeerde Jobab, de zoon van Zérach uit Bosra in zijn plaats.
34Jobab el misa, ac Husham, su muta in acn sin mwet Teman, el aolulla in tokosra.
34Na de dood van Jobab regeerde Choesjam uit het land der Temanieten in zijn plaats.
35Husham el misa, ac Hadad wen natul Bedad, su tuh kutangla mwet Midia in acn Moab, el aolulla in tokosra. Inen siti sel pa Avith.
35Na de dood van Choesjam regeerde Hadad, de zoon van Bedad in zijn plaats. Hij was het, die Midjan in de vlakten van Moab versloeg; zijn stad heette Awit.
36Hadad el misa, ac Samlah, sie mwet Masrekah, el aolulla in tokosra.
36Na de dood van Hadad regeerde Samla uit Masreka in zijn plaats.
37Samlah el misa, ac Shaul mwet Rehoboth, sie siti sisken Infacl Euphrates, el aolulla in tokosra.
37Na de dood van Samla regeerde Sjaoel uit Rechobot aan de rivier in zijn plaats.
38Shaul el misa, ac Baal Hanan, wen natul Achbor, el aolulla in tokosra.
38Na de dood van Sjaoel regeerde Báal-Chanan, de zoon van Akbor in zijn plaats.
39Baal Hanan wen natul Achbor el misa, ac Hadar el aolulla in tokosra. Inen siti sel pa Pau, ac inen mutan kial uh pa Mehetabel, acn natul Matred, su acn natul Mezahab.
39Na de dood van Báal-Chanan, den zoon van Akbor, regeerde Hadar in zijn plaats zijn hofstad heette Paoe. Zijn vrouw heette Mehetabel, en was de dochter van Matred en kleindochter van Me-Zahab.
40Pa inge inen sifen sou lulap lal Esau, ke sou lalos ac inen acn selos: Timna, Alvah, Jetheth,
40En dit zijn de namen van de stamhoofden van Esau volgens hun familie, en naar de naam van hun woonplaats. De stamhoofden van Timna, Alwa en Jetet,
41Oholibamah, Elah, Pinon,
41Oholibama, Ela en Pinon,
42Kenaz, Teman, Mibzar,
42Kenaz, Teman en Mibsar,
43Magdiel, ac Iram. Pa inge sou lulap lal Edom. Edom pa Esau, su papa tumun Edom, fal nu ke oakwuk lalos in acn selos.
43Magdiël en Iram. Dit zijn dus de stamhoofden van Edom volgens hun woonplaats in het land, dat zij in bezit hadden genomen. Tot zover over Esau, den stamvader van Edom.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.