Zacharie 2
Louis Segond 1910Translation
Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Je levai les yeux et je regardai, et voici, il y avait un homme tenant dans la main un cordeau pour mesurer.
1Ik sloeg mijn ogen op, en zag toe. Zie, daar was een man, met een meetsnoer in de hand.
2Je dis: Où vas-tu? Et il me dit: Je vais mesurer Jérusalem, pour voir de quelle largeur et de quelle longueur elle doit être.
2Ik zeide: Waar gaat gij heen? Hij gaf mij ten antwoord: Ik ga Jerusalem meten, om te zien, hoe groot zijn breedte en lengte is.
3Et voici, l’ange qui parlait avec moi s’avança, et un autre ange vint à sa rencontre.
3En zie, de engel, die tot mij sprak, trad naar voren; maar een andere engel liep hem tegemoet,
4Il lui dit: Cours, parle à ce jeune homme, et dis: Jérusalem sera une ville ouverte, à cause de la multitude d’hommes et de bêtes qui seront au milieu d’elle;
4en sprak tot hem: Ga dien jongeman zeggen, dat Jerusalem als een open stad zal zijn om de menigte mensen en dieren daarbinnen.
5je serai pour elle, dit l’Éternel, une muraille de feu tout autour, et je serai sa gloire au milieu d’elle.
5Ik zelf, is de godsspraak van Jahweh, zal een muur van vuur om hem heen zijn, en een glorie in zijn midden.
6Fuyez, fuyez du pays du septentrion! Dit l’Éternel. Car je vous ai dispersés aux quatre vents des cieux, Dit l’Éternel.
6Op, op! Vlucht uit het land van het noorden, Is de godsspraak van Jahweh! Want naar de vier windstreken breid Ik u uit, Is de godsspraak van Jahweh!
7Sauve-toi, Sion, Toi qui habites chez la fille de Babylone!
7Op, Sion, Red u, Gij die bij de dochter van Babel woont.
8Car ainsi parle l’Éternel des armées: Après cela, viendra la gloire! Il m’a envoyé vers les nations qui vous ont dépouillés; Car celui qui vous touche touche la prunelle de son œil.
8Want zo spreekt Jahweh der heirscharen na de verdrukking, Hij die mij tot de volken zond, die u hebben geplunderd: Wie u aanraakt, raakt mijn oogappel aan!
9Voici, je lève ma main contre elles, Et elles seront la proie de ceux qui leur étaient asservis. Et vous saurez que l’Éternel des armées m’a envoyé.
9Zie, Ik zwaai mijn hand tegen hen: Ze worden een buit van hun slaven, En gij zult weten, dat Jahweh der heirscharen mij heeft gezonden!
10Pousse des cris d’allégresse et réjouis-toi, Fille de Sion! Car voici, je viens, et j’habiterai au milieu de toi, Dit l’Éternel.
10Verheug en verblijd u, dochter van Sion: Want zie, Ik kom, Om in uw midden te wonen, Is de godsspraak van Jahweh;
11Beaucoup de nations s’attacheront à l’Éternel en ce jour-là, Et deviendront mon peuple; J’habiterai au milieu de toi, Et tu sauras que l’Éternel des armées m’a envoyé vers toi.
11Op die dag sluiten talrijke volken zich bij Jahweh aan, En worden mijn volk! Dan zal Ik in uw midden wonen, En gij zult weten, dat Jahweh der heirscharen mij heeft gezonden!
12L’Éternel possédera Juda comme sa part Dans la terre sainte, Et il choisira encore Jérusalem.
12Jahweh zal Juda tot erfdeel bezitten op de heilige grond, En Jerusalem weer uitverkiezen.
13Que toute chair fasse silence devant l’Éternel! Car il s’est réveillé de sa demeure sainte.
13Zwijg stil, alle vlees voor het aanschijn van Jahweh, Want Hij staat op uit zijn heilige woning!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.