Isaiah
Chapter 24
Berean Standard Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Isaiah 24

Berean Standard Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Behold, the LORD lays waste the earth and leaves it in ruins. He will twist its surface and scatter its inhabitants—
1Zie, Jahweh ontvolkt En vernielt de aarde; Hij keert haar onderstboven, Verstrooit haar bewoners!
2people and priest alike, servant and master, maid and mistress, buyer and seller, lender and borrower, creditor and debtor.
2Het zal den priester vergaan als het volk, Den slaaf als zijn meester, Slavin als gebiedster, Verkoper als koper, Borger als lener, Schuldeiser als schuldenaar.
3The earth will be utterly laid waste and thoroughly plundered. For the LORD has spoken this word.
3Ja, de aarde wordt geheel ontvolkt, En schoongebezemd heel en al; Want Jahweh heeft het gezegd, Dit woord gesproken.
4The earth mourns and withers; the world languishes and fades; the exalted of the earth waste away.
4De aarde treurt en verkwijnt, De wereld verwelkt en versmacht, De hemel vergaat met de aarde.
5The earth is defiled by its people; they have transgressed the laws; they have overstepped the decrees and broken the everlasting covenant.
5Want de aarde is onder haar bewoners bezoedeld: Ze hebben de wet overtreden, de geboden verkracht, Verbroken het eeuwig verbond.
6Therefore a curse has consumed the earth, and its inhabitants must bear the guilt; the earth’s dwellers have been burned, and only a few survive.
6Daarom verslindt de vervloeking de aarde, En moeten haar bewoners het boeten; De bewoners der aarde worden verteerd, Weinig mensen blijven er over.
7The new wine dries up, the vine withers. All the merrymakers now groan.
7De wijntros kwijnt, de wingerd versmacht, Wat dartel is, zucht;
8The joyful tambourines have ceased; the noise of revelers has stopped; the joyful harp is silent.
8Het gejubel der pauken verstomt, Weg is het vrolijk gejoel, het juichen der citers;
9They no longer sing and drink wine; strong drink is bitter to those who consume it.
9Men drinkt geen wijn meer bij gezang, De drank smaakt bitter aan den drinker.
10The city of chaos is shattered; every house is closed to entry.
10De steden liggen in puin en verlaten, Alle huizen gesloten, versperd;
11In the streets they cry out for wine. All joy turns to gloom; rejoicing is exiled from the land.
11In de straten gejammer om wijn, Weg alle vreugd en blijdschap op aarde!
12The city is left in ruins; its gate is reduced to rubble.
12In de steden zijn enkel puinhopen over, De poorten liggen vertrapt en verbrijzeld.
13So will it be on the earth and among the nations, like a harvested olive tree, like a gleaning after a grape harvest.
13Ja, zó zal het wezen op aarde Te midden der volken: Als na het afslaan van de olijven, Als bij ‘t nalezen op het eind van de oogst!
14They raise their voices, they shout for joy; from the west they proclaim the majesty of the LORD.
14Dan zal men jubelen, En de grootheid van Jahweh bezingen! Men juicht in het westen,
15Therefore glorify the LORD in the east. Extol the name of the LORD, the God of Israel in the islands of the sea.
15Tot aan de grens van het oosten: Brengt eer aan Jahweh Op de kusten der zee, Aan de Naam van Jahweh, Israëls God!
16From the ends of the earth we hear singing: “Glory to the Righteous One.” But I said, “I am wasting away! I am wasting away! Woe is me.” The treacherous betray; the treacherous deal in treachery.
16En van het einde der aarde horen wij zingen: Glorie den vrome! Maar er wordt ook geroepen: Ik ben verloren, Wee mij, verloren! De afvalligen vallen, De verraders storten verraderlijk neer.
17Terror and pit and snare await you, O dweller of the earth.
17Verschrikking, kuilen en strikken Voor u, bewoners der aarde.
18Whoever flees the sound of panic will fall into the pit, and whoever climbs from the pit will be caught in the snare. For the windows of heaven are open, and the foundations of the earth are shaken.
18Wie de verschrikking ontvlucht, Hij valt in de kuil; Wie de kuil nog ontsnapt, Wordt in de strikken gevangen! Ja, de sluizen des hemels Staan boven al open. De fundamenten der aarde worden geschokt;
19The earth is utterly broken apart, the earth is split open, the earth is shaken violently.
19De aarde gaat splijten en bersten, Versplintert en scheurt, Wankelt en tuimelt,
20The earth staggers like a drunkard and sways like a shack. Earth’s rebellion weighs it down, and it falls, never to rise again.
20Waggelt als een beschonkene, Sliert heen en weer als een hangmat. Haar misdaden drukken haar neer, Ze valt, en staat niet meer op.
21In that day the LORD will punish the host of heaven above and the kings of the earth below.
21Op die dag zal Jahweh bestraffen Het hemels heir in de lucht, Met de vorsten der wereld op aarde.
22They will be gathered together like prisoners in a pit. They will be confined to a dungeon and punished after many days.
22Ze worden gebonden, gesperd in een kuil, In een kerker gevangen, Voor lange tijden gestraft!
23The moon will be confounded and the sun will be ashamed; for the LORD of Hosts will reign on Mount Zion and in Jerusalem, and before His elders with great glory.
23De maan zal blozen, de zon zich schamen, Want Jahweh der heirscharen zal heersen als Koning Op de berg Sion, in Jerusalem; En voor zijn oudsten zal zijn heerlijkheid stralen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.