Matthew 17
World English BibleTranslation
World English Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1After six days, Jesus took with him Peter, James, and John his brother, and brought them up into a high mountain by themselves.
1Zes dagen later nam Jesus Petrus, Jakobus en Johannes, zijn broer, alleen met Zich mee, en bracht ze op een hoge berg.
2He was changed before them. His face shone like the sun, and his garments became as white as the light.
2En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; zijn aanschijn schitterde als de zon, en zijn klederen werden wit als sneeuw.
3Behold, Moses and Elijah appeared to them talking with him.
3Zie, Moses en Elias verschenen hun, en spraken met Hem.
4Peter answered and said to Jesus, “Lord, it is good for us to be here. If you want, let’s make three tents here: one for you, one for Moses, and one for Elijah.”
4Toen nam Petrus het woord, en zeide: Heer, het is ons goed, hier te zijn; zo Gij wilt, zal ik hier drie tenten opslaan: één voor U, één voor Moses, en één voor Elias.
5While he was still speaking, behold, a bright cloud overshadowed them. Behold, a voice came out of the cloud, saying, “This is my beloved Son, in whom I am well pleased. Listen to him.”
5Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk. En zie, een stem sprak uit de wolk: Deze is mijn geliefde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen heb; luistert naar Hem.
6When the disciples heard it, they fell on their faces, and were very afraid.
6Toen de leerlingen dit hoorden, vielen ze op hun aangezicht neer, en werden zeer bevreesd.
7Jesus came and touched them and said, “Get up, and don’t be afraid.”
7Maar Jesus kwam naar hen toe, raakte ze aan, en sprak: Staat op, en vreest niet.
8Lifting up their eyes, they saw no one, except Jesus alone.
8Toen ze nu de ogen opsloegen, zagen ze niemand dan Jesus alleen.
9As they were coming down from the mountain, Jesus commanded them, saying, “Don’t tell anyone what you saw, until the Son of Man has risen from the dead.”
9En terwijl ze afdaalden van de berg, gebood Jesus hun: Vertelt aan niemand dit gezicht, voordat de Mensenzoon van de doden is opgestaan.
10His disciples asked him, saying, “Then why do the scribes say that Elijah must come first?”
10Zijn leerlingen vroegen Hem: Waarom zeggen de schriftgeleerden dan, dat eerst Elias moet komen?
11Jesus answered them, “Elijah indeed comes first, and will restore all things;
11Hij antwoordde hun: Zeker, Elias komt, en zal alles herstellen.
12but I tell you that Elijah has come already, and they didn’t recognize him, but did to him whatever they wanted to. Even so the Son of Man will also suffer by them.”
12Maar Ik zeg u: Elias is reeds gekomen; ze hebben hem echter niet erkend, maar met hem gedaan, wat ze wilden. Zo zal ook de Mensenzoon van hen hebben te lijden.
13Then the disciples understood that he spoke to them of John the Baptizer.
13Toen begrepen de leerlingen, dat Hij hun over Johannes den Doper gesproken had.
14When they came to the multitude, a man came to him, kneeling down to him and saying,
14En toen zij bij de menigte waren gekomen, kwam een man naar Hem toe. wierp zich voor Hem op de knieën neer,
15“Lord, have mercy on my son, for he is epileptic and suffers grievously; for he often falls into the fire, and often into the water.
15en zeide: Heer, ontferm U over mijn zoon, want hij heeft de vallende ziekte en heeft veel te lijden: dikwijls valt hij in het vuur, en dikwijls in het water.
16So I brought him to your disciples, and they could not cure him.”
16Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar ze konden hem niet genezen.
17Jesus answered, “Faithless and perverse generation! How long will I be with you? How long will I bear with you? Bring him here to me.”
17Jesus antwoordde: O ongelovig en boos geslacht, hoelang nog zal Ik bij u zijn; hoelang nog zal Ik u dulden? Breng hem hier bij Mij.
18Jesus rebuked the demon, and it went out of him, and the boy was cured from that hour.
18En Jesus bedreigde den bozen geest, en deze ging van hem uit; de knaap was genezen van dat ogenblik af.
19Then the disciples came to Jesus privately, and said, “Why weren’t we able to cast it out?”
19Nu kwamen de leerlingen afzonderlijk bij Jesus, en zeiden: Waarom konden wij hem niet uitwerpen?
20He said to them, “Because of your unbelief. For most certainly I tell you, if you have faith as a grain of mustard seed, you will tell this mountain, ‘Move from here to there,’ and it will move; and nothing will be impossible for you.
20Jesus sprak tot hen: Om uw gebrek aan geloof. Voorwaar, Ik zeg u: Zo gij een geloof hebt als een mosterdzaadje, dan zult gij zeggen tot deze berg: Ga van hier dáár heen, en hij zal gaan; en niets zal u onmogelijk zijn.
21But this kind doesn’t go out except by prayer and fasting.”
21Maar dit soort wordt alleen uitgedreven door gebed en vasten.
22While they were staying in Galilee, Jesus said to them, “The Son of Man is about to be delivered up into the hands of men,
22Terwijl zij nu in Galilea vertoefden, sprak Jesus tot hen: De Mensenzoon moet overgeleverd worden in de handen der mensen,
23and they will kill him, and the third day he will be raised up.” They were exceedingly sorry.
23en ze zullen Hem doden; maar op de derde dag zal Hij verrijzen. Nu werden ze diep bedroefd.
24When they had come to Capernaum, those who collected the didrachma coins came to Peter, and said, “Doesn’t your teacher pay the didrachma?”
24Toen zij te Kafárnaum waren gekomen, vervoegden zich de belastingontvangers bij Petrus, en zeiden hem: Betaalt uw Meester de twee drachmen niet?
25He said, “Yes.” When he came into the house, Jesus anticipated him, saying, “What do you think, Simon? From whom do the kings of the earth receive toll or tribute? From their children, or from strangers?”
25Hij antwoordde: Wel zeker! Maar bij zijn thuiskomst voorkwam Jesus hem, en sprak: Wat dunkt u, Simon? Van wie ontvangen de koningen der aarde tol of schatting; van hun kinderen of van de vreemden?
26Peter said to him, “From strangers.” Jesus said to him, “Therefore the children are exempt.
26Hij antwoordde: Van de vreemden. Jesus zei hem: Dus zijn de kinderen vrij.
27But, lest we cause them to stumble, go to the sea, cast a hook, and take up the first fish that comes up. When you have opened its mouth, you will find a stater coin. Take that, and give it to them for me and you.”
27Maar om hun geen aanstoot te geven, ga naar het meer, werp de hengel uit, en grijp de eerste vis, die boven komt; en als ge hem de bek hebt geopend, zult ge daarin een stater vinden: neem die, en geef hem hun voor Mij en voor u.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.