Ezekiel 10
World English BibleTranslation
World English Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Then I looked, and see, in the expanse that was over the head of the cherubim there appeared above them as it were a sapphire stone, as the appearance of the likeness of a throne.
1Ik keek op, en boven de vloer, die op het hoofd der cherubs rustte, zag ik iets als saffiersteen; het had de vorm van een troon, die zich daarboven vertoonde.
2He spoke to the man clothed in linen, and said, “Go in between the whirling wheels, even under the cherub, and fill both your hands with coals of fire from between the cherubim, and scatter them over the city.” He went in as I watched.
2Daarop sprak Hij tot den man in het linnen gewaad: Ga tussen het raderwerk onder de cherubs door, haal een handvol gloeiende kolen uit de ruimte tussen de cherubs, en strooi die over de stad. Ik zag hem erheen gaan.
3Now the cherubim stood on the right side of the house when the man went in; and the cloud filled the inner court.
3Toen nu de man erheen ging, stonden de cherubs ten zuiden van het tempelhuis, terwijl de wolk de binnenhof vervulde.
4The LORD’s glory mounted up from the cherub, and stood over the threshold of the house; and the house was filled with the cloud, and the court was full of the brightness of the LORD’s glory.
4Intussen had de heerlijkheid van Jahweh zich van de cherubs verheven, en was naar de drempel van de tempel gegaan, waardoor de tempel van de wolk werd vervuld, en de binnenvoorhof vol was van de glans van Jahweh’s heerlijkheid.
5The sound of the wings of the cherubim was heard even to the outer court, as the voice of God Almighty when he speaks.
5Het ruisen van de vleugelen der cherubs was tot in den buitenvoorhof hoorbaar, alsof de stem van den almachtigen God weerklonk.
6It came to pass, when he commanded the man clothed in linen, saying, “Take fire from between the whirling wheels, from between the cherubim,” that he went in and stood beside a wheel.
6Toen Hij nu den man in het linnen gewaad had bevolen: “Haal vuur uit de ruimte tussen het raderwerk, uit de ruimte tussen de cherubs”, en deze naast het wiel kwam staan,
7The cherub stretched out his hand from between the cherubim to the fire that was between the cherubim, and took some of it, and put it into the hands of him who was clothed in linen, who took it and went out.
7stak de cherub zijn hand uit naar het vuur, in de ruimte tussen de cherubs, en legde het in de handen van den man in het linnen gewaad; deze nam het aan, en trok zich terug.
8The form of a man’s hand appeared here in the cherubim under their wings.
8Want onder de vleugels der cherubs was de vorm van een mensenhand zichtbaar.
9I looked, and behold, there were four wheels beside the cherubim, one wheel beside one cherub, and another wheel beside another cherub. The appearance of the wheels was like a beryl stone.
9Ook zag ik vier wielen naast de cherubs, naast elke cherub één, die blonken als de glans van chrysoliet.
10As for their appearance, the four of them had one likeness, like a wheel within a wheel.
10Alle vier hadden ze éénzelfde vorm: als stond er een wiel in het wiel.
11When they went, they went in their four directions. They didn’t turn as they went, but to the place where the head looked they followed it. They didn’t turn as they went.
11Als ze zich voortbewogen, konden ze in vier richtingen rijden, zonder bij die beweging te draaien; want in welke richting het voorste wiel zich ook bewoog, volgden de anderen, zonder bij die beweging te draaien.
12Their whole body, including their backs, their hands, their wings, and the wheels, were full of eyes all around, even the wheels that the four of them had.
12Hun hele lijf, hun rug, hun handen en vleugels, alsook de wielen, waren bij alle vier aan alle kanten met ogen bezet.
13As for the wheels, they were called in my hearing, “the whirling wheels”.
13Ik hoorde, hoe hun wielen het raderwerk werden genoemd.
14Every one of them had four faces. The first face was the face of the cherub. The second face was the face of a man. The third face was the face of a lion. The fourth was the face of an eagle.
14Elke cherub had vier gezichten: het ene was een cherubsgezicht, het tweede een mensengezicht, het derde een leeuwenkop, het vierde een adelaarskop.
15The cherubim mounted up. This is the living creature that I saw by the river Chebar.
15De cherubs waren dezelfde wezens, die ik aan de Kebar-rivier gezien had.
16When the cherubim went, the wheels went beside them; and when the cherubim lifted up their wings to mount up from the earth, the wheels also didn’t turn from beside them.
16Telkens als zij zich verhieven en vooruitgingen, draaiden ook de wielen met hen mee, en als de cherubs hun vleugels uitsloegen om van de grond op te stijgen, weken ook de wielen niet van hun zijde;
17When they stood, these stood. When they mounted up, these mounted up with them; for the spirit of the living creature was in them.
17bleven de cherubs staan, dan stonden ook de wielen stil; verhieven zij zich, dan gingen ook de wielen omhoog; want de geest der wezens beheerste hen.
18The LORD’s glory went out from over the threshold of the house and stood over the cherubim.
18Toen verliet de heerlijkheid van Jahweh de drempel van de tempel, en ging op de cherubs staan.
19The cherubim lifted up their wings and mounted up from the earth in my sight when they went out, with the wheels beside them. Then they stood at the door of the east gate of the LORD’s house; and the glory of the God of Israel was over them above.
19En de cherubs sloegen hun vleugels uit, en verhieven zich gelijktijdig met de wielen van de grond, om halt te maken bij de ingang van de oostelijke poort van Jahweh’s huis, terwijl de heerlijkheid van Israëls God boven op hen stond.
20This is the living creature that I saw under the God of Israel by the river Chebar; and I knew that they were cherubim.
20Het waren dezelfde wezens, die ik onder Israëls God aan de Kebar-rivier gezien had; maar nú wist ik, dat het cherubs waren.
21Every one had four faces, and every one four wings. The likeness of the hands of a man was under their wings.
21Ze hadden namelijk ieder vier gezichten en vier vleugels, met daaronder de vorm van een mensenhand;
22As for the likeness of their faces, they were the faces which I saw by the river Chebar, their appearances and themselves. They each went straight forward.
22en hun gezichten waren juist als die ik aan de Kebar-rivier gezien had; ieder ging recht voor zich uit.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.