Ezra
Chapter 10
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Modern Hebrew Bible
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Terwijl Esdras bad en schuld beleed, en schreiend zich neerwierp voor de tempel van God, had zich een zeer grote schare van Israëlieten, mannen, vrouwen en kinderen, bij hem gevoegd. En toen het volk in tranen uitbarstte,
1וכהתפלל עזרא וכהתודתו בכה ומתנפל לפני בית האלהים נקבצו אליו מישראל קהל רב מאד אנשים ונשים וילדים כי בכו העם הרבה בכה׃
2nam Sjekanja, de zoon van Jechiël, uit de zonen van Elam, het woord en sprak tot Esdras: Zeker, wij hebben gezondigd tegen onzen God, door vreemde vrouwen uit de landsbevolking te huwen. Toch is er ook nu voor Israël nog hoop.
2ויען שכניה בן יחיאל מבני עולם ויאמר לעזרא אנחנו מעלנו באלהינו ונשב נשים נכריות מעמי הארץ ועתה יש מקוה לישראל על זאת׃
3Laat ons een verbond sluiten met onzen God, dat wij alle vrouwen met de kinderen, die uit haar zijn geboren, zullen wegzenden volgens de raad van mijn heer en van hen, die sidderen om het gebod van onzen God. Laat ons handelen volgens de Wet!
3ועתה נכרת ברית לאלהינו להוציא כל נשים והנולד מהם בעצת אדני והחרדים במצות אלהינו וכתורה יעשה׃
4Sta op; want op u rust de taak, maar wij staan aan uw zijde; wees sterk en tast door.
4קום כי עליך הדבר ואנחנו עמך חזק ועשה׃
5Nu stond Esdras op, en liet de hoofden van priesters, levieten en heel Israël zweren, dat er volgens dit woord zou worden gehandeld; en ze zwoeren het.
5ויקם עזרא וישבע את שרי הכהנים הלוים וכל ישראל לעשות כדבר הזה וישבעו׃
6Toen verliet Esdras de plaats voor de tempel, en ging naar de kamer van Jehochanan, den zoon van Eljasjib. Daar bleef hij zonder brood te eten of water te drinken, omdat hij rouw bedreef over de zonde der ballingen.
6ויקם עזרא מלפני בית האלהים וילך אל לשכת יהוחנן בן אלישיב וילך שם לחם לא אכל ומים לא שתה כי מתאבל על מעל הגולה׃
7Nu deed men in Juda en Jerusalem een oproep aan al de ballingen, om in Jerusalem bijeen te komen.
7ויעבירו קול ביהודה וירושלם לכל בני הגולה להקבץ ירושלם׃
8Wie niet binnen drie dagen opkwam, van hem zouden al de bezittingen volgens besluit van leiders en oudsten met de banvloek worden getroffen, en hijzelf zou buiten de gemeenschap der ballingen worden gesloten.
8וכל אשר לא יבוא לשלשת הימים כעצת השרים והזקנים יחרם כל רכושו והוא יבדל מקהל הגולה׃
9Daarom kwamen alle mannen van Juda en Benjamin binnen drie dagen in Jerusalem bijeen. Het was de twintigste dag van de negende maand. Het hele volk stond op het plein van de tempel, rillend zowel om de zaak als door de regen.
9ויקבצו כל אנשי יהודה ובנימן ירושלם לשלשת הימים הוא חדש התשיעי בעשרים בחדש וישבו כל העם ברחוב בית האלהים מרעידים על הדבר ומהגשמים׃
10De priester Esdras stond op, en sprak tot hen: Gij hebt gezondigd, door vreemde vrouwen te huwen, en de schuld van Israël nog te vergroten.
10ויקם עזרא הכהן ויאמר אלהם אתם מעלתם ותשיבו נשים נכריות להוסיף על אשמת ישראל׃
11Welnu, brengt eerherstel aan Jahweh, den God uwer vaderen, en doet wat Hij verlangt: hebt dus geen gemeenschap meer met de landsbevolking en met de vreemde vrouwen.
11ועתה תנו תודה ליהוה אלהי אבתיכם ועשו רצונו והבדלו מעמי הארץ ומן הנשים הנכריות׃
12En de hele vergadering riep uit: Wij moeten doen, zoals gij gezegd hebt.
12ויענו כל הקהל ויאמרו קול גדול כן כדבריך עלינו לעשות׃
13Maar er is veel volk en het is regentijd, zodat het buiten niet is uit te houden. Dit is ook geen zaak, die in een of twee dagen kan worden geregeld, daar wij op dit punt veel kwaad hebben gedaan.
13אבל העם רב והעת גשמים ואין כח לעמוד בחוץ והמלאכה לא ליום אחד ולא לשנים כי הרבינו לפשע בדבר הזה׃
14Laat dus onze leiders voor de hele gemeente optreden en laat alle bewoners van onze steden, die vreemde vrouwen hebben genomen, met de oudsten en rechters van hun eigen stad op bepaalde dagen hierheen komen, om op dit punt de ziedende toorn van onzen God van ons af te wenden.
14יעמדו נא שרינו לכל הקהל וכל אשר בערינו ההשיב נשים נכריות יבא לעתים מזמנים ועמהם זקני עיר ועיר ושפטיה עד להשיב חרון אף אלהינו ממנו עד לדבר הזה׃
15Alleen Jonatan, de zoon van Asaël, en Jachzeja, de zoon van Tikwa, kwamen hier tegen op, en Mesjoellam en de leviet Sjabbetai vielen hun bij.
15אך יונתן בן עשהאל ויחזיה בן תקוה עמדו על זאת ומשלם ושבתי הלוי עזרם׃
16Maar de ballingen hielden voet bij stuk, en de priester Esdras zonderde enige mannen af, de familiehoofden van elke familie, allen met name vermeld. Op de eerste dag van de tiende maand begonnen ze zitting te houden, om de zaak te onderzoeken;
16ויעשו כן בני הגולה ויבדלו עזרא הכהן אנשים ראשי האבות לבית אבתם וכלם בשמות וישבו ביום אחד לחדש העשירי לדריוש הדבר׃
17en op de eerste dag van de eerste maand kwamen ze klaar met al de mannen, die vreemde vrouwen hadden gehuwd.
17ויכלו בכל אנשים ההשיבו נשים נכריות עד יום אחד לחדש הראשון׃
18Men bevond, dat er zelfs zonen van priesters waren, die vreemde vrouwen hadden genomen. Onder de zonen van Jesjóea waren het: de zoon van Josadak met zijn broers, Maäseja, Eliézer, Jarib en Gedalja.
18וימצא מבני הכהנים אשר השיבו נשים נכריות מבני ישוע בן יוצדק ואחיו מעשיה ואליעזר ויריב וגדליה׃
19Zij gaven er hun hand op, dat zij hun vrouwen zouden wegzenden, en verplichtten zich tot het zoenoffer van een ram.
19ויתנו ידם להוציא נשיהם ואשמים איל צאן על אשמתם׃
20Onder de zonen van Immer waren het: Chanani en Zebadja;
20ומבני אמר חנני וזבדיה׃
21onder de zonen van Charim: Maäseja, Eli-ja, Sjemaja, Jechiël en Oezzi-ja;
21ומבני חרם מעשיה ואליה ושמעיה ויחיאל ועזיה׃
22onder de zonen van Pasjchoer: Eljoënai, Maäseja, Jisjmaël, Netanel, Jozabad en Elasa.
22ומבני פשחור אליועיני מעשיה ישמעאל נתנאל יוזבד ואלעשה׃
23Onder de levieten waren het: Jozabad, Sjimi, Kelaja of Kelita, Petachja, Juda en Eliézer. Onder de zangers was het Eljasjib.
23ומן הלוים יוזבד ושמעי וקליה הוא קליטא פתחיה יהודה ואליעזר׃
24Onder de deurwachters waren het: Sjalloem, Télem en Oeri.
24ומן המשררים אלישיב ומן השערים שלם וטלם ואורי׃
25De volgende uit Israël. Onder de zonen van Parosj: Ramja, Jizzi-ja, Malki-ja, Mi-jamin, Elazar, Malki-ja en Benaja.
25ומישראל מבני פרעש רמיה ויזיה ומלכיה ומימן ואלעזר ומלכיה ובניה׃
26Onder de zonen van Elam: Mattanja, Zekarja, Jechiël, Abdi, Jeremot en Eli-ja.
26ומבני עילם מתניה זכריה ויחיאל ועבדי וירמות ואליה׃
27Onder de zonen van Zattoe: Eljoënai, Eljasjib, Mattanja, Jeremot, Zabad en Aziza.
27ומבני זתוא אליועני אלישיב מתניה וירמות וזבד ועזיזא׃
28Onder de zonen van Bebai: Jehochanan, Chananja, Zabbai, Atlai.
28ומבני בבי יהוחנן חנניה זבי עתלי׃
29Onder de zonen van Bani: Mesjoellam, Malloek, Adaja, Jasjoeb, Sjeal en Ramot.
29ומבני בני משלם מלוך ועדיה ישוב ושאל ירמות׃
30Onder de zonen van Pachat-Moab: Adna, Kelal, Benaja, Maäseja, Mattanja, Besalel, Binnoej en Menassje.
30ומבני פחת מואב עדנא וכלל בניה מעשיה מתניה בצלאל ובנוי ומנשה׃
31Onder de zonen van Charim: Eliézer, Jissjija, Malki-ja, Sjemaja, Sjimon,
31ובני חרם אליעזר ישיה מלכיה שמעיה שמעון׃
32Binjamin, Malloek en Sjemarja.
32בנימן מלוך שמריה׃
33Onder de zonen van Chasoem: Mattenai, Mattatta, Zabad, Elifélet, Jeremai, Menassje en Sjimi.
33מבני חשם מתני מתתה זבד אליפלט ירמי מנשה שמעי׃
34Onder de zonen van Bani: Maädai, Amram, Oeël,
34מבני בני מעדי עמרם ואואל׃
35Benaja, Bedeja, Keloehoe,
35בניה בדיה כלוהי׃
36Wanja, Meremot, Eljasjib,
36וניה מרמות אלישיב׃
37Mattanja, Mattenai, Jaäsai,
37מתניה מתני ויעשו׃
38Bani, Binnoej, Sjimi,
38ובני ובנוי שמעי׃
39Sjelemja, Natan, Adaja,
39ושלמיה ונתן ועדיה׃
40Maknadbai, Sjasjai, Sjarai,
40מכנדבי ששי שרי׃
41Azarel, Sjelemjáhoe, Sjemarja,
41עזראל ושלמיהו שמריה׃
42Sjalloem, Amarja en Josef.
42שלום אמריה יוסף׃
43Onder de zonen van Nebo: Jeïël, Mattitja, Zabad, Zebina, Jaddai, Joël en Benaja.
43מבני נבו יעיאל מתתיה זבד זבינא ידו ויואל בניה׃
44Deze allen hadden vreemde vrouwen gehuwd; maar zij zonden de vrouwen van zich weg, en gaven haar de kinderen mee.
44כל אלה נשאי נשים נכריות ויש מהם נשים וישימו בנים׃

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.