1 Koningen 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Aan zijn eigen paleis bouwde Salomon dertien jaar, eer het helemaal gereed was.
1ואת ביתו בנה שלמה שלש עשרה שנה ויכל את כל ביתו׃
2Vooreerst bouwde hij het huis Libanonwoud. Dit was honderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog; het rustte op vier rijen zuilen van cederhout, met cederhouten schraagbalken.
2ויבן את בית יער הלבנון מאה אמה ארכו וחמשים אמה רחבו ושלשים אמה קומתו על ארבעה טורי עמודי ארזים וכרתות ארזים על העמודים׃
3De bovenbouw, die op de zuilen stond, werd met een cederhouten dak bedekt. Er waren in het geheel vijf en veertig vertrekken, vijftien op elke verdieping.
3וספן בארז ממעל על הצלעת אשר על העמודים ארבעים וחמשה חמשה עשר הטור׃
4De vensters lagen in drie rijen recht boven elkaar;
4ושקפים שלשה טורים ומחזה אל מחזה שלש פעמים׃
5alle ingangen hadden rechthoekige posten, en lagen op de drie verdiepingen eveneens recht boven elkaar.
5וכל הפתחים והמזוזות רבעים שקף ומול מחזה אל מחזה שלש פעמים׃
6Verder bouwde hij een zuilenhal; zij was vijftig el lang en vijftig el breed, evenals de hal, die er tegenover lag. Aan de gevel bevond zich een voorportaal.
6ואת אולם העמודים עשה חמשים אמה ארכו ושלשים אמה רחבו ואולם על פניהם ועמדים ועב על פניהם׃
7Daarbij bouwde hij de troonhal, waar hij recht sprak, de gerechtshal; deze bekleedde hij met cederhout, van de vloer tot de zolderbalken.
7ואולם הכסא אשר ישפט שם אלם המשפט עשה וספון בארז מהקרקע עד הקרקע׃
8Het paleis waar hij zelf woonde, had een eigen voorhof, en lag nog achter de gerechtshal; het was in dezelfde stijl opgetrokken. Ook het paleis van de dochter van Farao, met wie Salomon gehuwd was, had dezelfde stijl als de gerechtshal.
8וביתו אשר ישב שם חצר האחרת מבית לאולם כמעשה הזה היה ובית יעשה לבת פרעה אשר לקח שלמה כאולם הזה׃
9Al deze gebouwen waren, van de grondslagen tot de kroonlijst, opgetrokken met gave, op maat gehouwen stenen, die zowel aan de binnen- als aan de buitenkant gelijk waren gezaagd. Van de buitenmuren van die gebouwengroep tot de grote ringmuur van de voorhof
9כל אלה אבנים יקרת כמדת גזית מגררות במגרה מבית ומחוץ וממסד עד הטפחות ומחוץ עד החצר הגדולה׃
10lag een geplaveide plaats van grote gave stenen: sommige daarvan waren tien el, andere acht el.
10ומיסד אבנים יקרות אבנים גדלות אבני עשר אמות ואבני שמנה אמות׃
11Hierop verhieven zich de gebouwen van op maat gehouwen gave steen en cederhout.
11ומלמעלה אבנים יקרות כמדות גזית וארז׃
12De grote ringmuur om de voorhof was gebouwd uit drie lagen gehouwen stenen en een laag balken van cederhout, juist als de ringmuur van de binnenste voorhof van Jahweh’s tempel en die van de paleishal.
12וחצר הגדולה סביב שלשה טורים גזית וטור כרתת ארזים ולחצר בית יהוה הפנימית ולאלם הבית׃
13Nu ontbood koning Salomon een zekeren Choeram uit Tyrus.
13וישלח המלך שלמה ויקח את חירם מצר׃
14Hij was de zoon van een weduwe uit Neftali; zijn vader was een bronsbewerker uit Tyrus. Hij was een onderlegd en kundig vakman, en zeer bekwaam in het maken van allerlei bronswerk. Hij kwam bij koning Salomon en voerde al de opdrachten uit, die deze hem gaf.
14בן אשה אלמנה הוא ממטה נפתלי ואביו איש צרי חרש נחשת וימלא את החכמה ואת התבונה ואת הדעת לעשות כל מלאכה בנחשת ויבוא אל המלך שלמה ויעש את כל מלאכתו׃
15Hij goot de twee bronzen zuilen bij de voorhal van de tempel. Eén zuil was achttien el hoog, en had een omvang van twaalf el; er waren gleuven in van vier vingers diepte. De andere zuil was juist zo.
15ויצר את שני העמודים נחשת שמנה עשרה אמה קומת העמוד האחד וחוט שתים עשרה אמה יסב את העמוד השני׃
16Ook maakte hij twee kapitelen, om boven op die zuilen te zetten; ze waren beide uit brons gegoten en vijf el hoog.
16ושתי כתרת עשה לתת על ראשי העמודים מצק נחשת חמש אמות קומת הכתרת האחת וחמש אמות קומת הכתרת השנית׃
17Verder maakte hij twee vlechtwerken van gedraaide snoeren, om er de kapitelen op de beide zuilen mee te bedekken; één voor elk kapiteel.
17שבכים מעשה שבכה גדלים מעשה שרשרות לכתרת אשר על ראש העמודים שבעה לכתרת האחת ושבעה לכתרת השנית׃
18Bovendien maakte hij twee rijen bronzen granaatappels rond dat vlechtwerk.
18ויעש את העמודים ושני טורים סביב על השבכה האחת לכסות את הכתרת אשר על ראש הרמנים וכן עשה לכתרת השנית׃
19De kapitelen boven de beide zuilen droegen een vier el hoge lotuskelk als bekroning;
19וכתרת אשר על ראש העמודים מעשה שושן באולם ארבע אמות׃
20deze bevond zich boven het netwerk om de kapitelen, dat tot aan de schacht van de zuilen reikte. Als aan een snoer geregen hingen er zo twee honderd granaatappels om elk der beide kapitelen.
20וכתרת על שני העמודים גם ממעל מלעמת הבטן אשר לעבר שבכה והרמונים מאתים טרים סביב על הכתרת השנית׃
21Deze zuilen richtte hij bij de voorhal van het Heilige op; de rechtse zuil noemde hij Jakin, en de linkse Bóaz.
21ויקם את העמדים לאלם ההיכל ויקם את העמוד הימני ויקרא את שמו יכין ויקם את העמוד השמאלי ויקרא את שמו בעז׃
22Zo werd het werk aan de zuilen voltooid.
22ועל ראש העמודים מעשה שושן ותתם מלאכת העמודים׃
23Ook maakte hij de gegoten zee. Haar kom was tien el breed, van rand tot rand gemeten. Ze was helemaal rond en vijf el diep; men kon haar slechts met een koord van dertig el omspannen.
23ויעש את הים מוצק עשר באמה משפתו עד שפתו עגל סביב וחמש באמה קומתו וקוה שלשים באמה יסב אתו סביב׃
24Onder de rand waren, over de gehele omtrek van dertig el, twee rijen ontloken bloemen aangebracht, die in de gietvorm zelf gegoten waren.
24ופקעים מתחת לשפתו סביב סבבים אתו עשר באמה מקפים את הים סביב שני טורים הפקעים יצקים ביצקתו׃
25Zij werd gedragen door twaalf ossen, waarvan er drie naar het noorden, drie naar het westen, drie naar het zuiden en drie naar het oosten keken, terwijl hun achterdelen naar de binnenkant waren gekeerd.
25עמד על שני עשר בקר שלשה פנים צפונה ושלשה פנים ימה ושלשה פנים נגבה ושלשה פנים מזרחה והים עליהם מלמעלה וכל אחריהם ביתה׃
26Haar wand was een handbreed dik; haar rand was als die van een beker, en had de vorm van een lotuskelk. Ze had een inhoud van tweeduizend bat.
26ועביו טפח ושפתו כמעשה שפת כוס פרח שושן אלפים בת יכיל׃
27Verder maakte hij tien bronzen wagentjes. Deze waren vier el in het vierkant en drie el hoog.
27ויעש את המכנות עשר נחשת ארבע באמה ארך המכונה האחת וארבע באמה רחבה ושלש באמה קומתה׃
28De samenstelling er van was als volgt: Zij bestonden uit een omlijsting, waartussen panelen waren bevestigd;
28וזה מעשה המכונה מסגרת להם ומסגרת בין השלבים׃
29op die panelen, dus tussen de omlijsting, waren leeuwen, cherubs en palmen aangebracht; en op de omlijsting, dus boven en onder de leeuwen, cherubs en palmen, hingen bloemslingers.
29ועל המסגרות אשר בין השלבים אריות בקר וכרובים ועל השלבים כן ממעל ומתחת לאריות ולבקר ליות מעשה מורד׃
30(a) Verder had iedere wagen vier bronzen wielen met bronzen assen; (b) Iedere wagen had vier poten met steunstangen, welke beneden het bekken, vlak bij de slingers, waren vastgegoten;
30וארבעה אופני נחשת למכונה האחת וסרני נחשת וארבעה פעמתיו כתפת להם מתחת לכיר הכתפת יצקות מעבר איש ליות׃
31hij stond op een lijst, die niet rond maar vierkant was.
31ופיהו מבית לכתרת ומעלה באמה ופיה עגל מעשה כן אמה וחצי האמה וגם על פיה מקלעות ומסגרתיהם מרבעות לא עגלות׃
32de vier wielen bevonden zich onder de omlijsting, en zaten met grijpers aan de wagentjes vast; ze waren anderhalve el hoog,
32וארבעת האופנים למתחת למסגרות וידות האופנים במכונה וקומת האופן האחד אמה וחצי האמה׃
33en juist als gewone wagenwielen gemaakt; de grijpers zowel als de velgen, spaken en naven waren gegoten.
33ומעשה האופנים כמעשה אופן המרכבה ידותם וגביהם וחשקיהם וחשריהם הכל מוצק׃
34de vier steunstangen waren onder aan de wagen aan de vier. hoeken bevestigd en maakten er een geheel mee uit.
34וארבע כתפות אל ארבע פנות המכנה האחת מן המכנה כתפיה׃
35Boven op de wagentjes bevond zich een ronde band van een halve el hoogte, die aan de rand was bewerkt. (b) Deze lijst was vastgemaakt op de omlijsting van de wagentjes, waaraan ook de handvaten bevestigd waren.
35ובראש המכונה חצי האמה קומה עגל סביב ועל ראש המכנה ידתיה ומסגרתיה ממנה׃
36Deze band was verdeeld in vakken, waarin cherubs, leeuwen en palmen waren uitgesneden; hij was in het rond met bloemslingers versierd;
36ויפתח על הלחת ידתיה ועל ומסגרתיה כרובים אריות ותמרת כמער איש וליות סביב׃
37Zo maakte hij de tien wagentjes; ze waren allen op dezelfde wijze gegoten, en hadden dus dezelfde maat en dezelfde vorm.
37כזאת עשה את עשר המכנות מוצק אחד מדה אחת קצב אחד לכלהנה׃
38Ook maakte hij tien bronzen bekkens, voor elke wagen één. Zij hadden een middellijn van vier el, en konden veertig bat bevatten.
38ויעש עשרה כירות נחשת ארבעים בת יכיל הכיור האחד ארבע באמה הכיור האחד כיור אחד על המכנה האחת לעשר המכונות׃
39Vijf van de wagentjes plaatste hij aan de zuidzijde van de tempel en vijf aan de noordzijde. Maar de zee zette hij rechts van de tempel in het zuidoosten.
39ויתן את המכנות חמש על כתף הבית מימין וחמש על כתף הבית משמאלו ואת הים נתן מכתף הבית הימנית קדמה ממול נגב׃
40Nadat Choeram ook nog potten, schoppen en offerschalen gemaakt had, was al het werk voltooid, dat hij in opdracht van koning Salomon voor de tempel van Jahweh had moeten vervaardigen.
40ויעש חירום את הכירות ואת היעים ואת המזרקות ויכל חירם לעשות את כל המלאכה אשר עשה למלך שלמה בית יהוה׃
41Het bestond uit: Twee zuilen met bolvormige kapitelen, twee vlechtwerken rondom de bolvormige kapitelen der zuilen;
41עמדים שנים וגלת הכתרת אשר על ראש העמדים שתים והשבכות שתים לכסות את שתי גלת הכתרת אשר על ראש העמודים׃
42vier honderd granaatappels voor de twee vlechtwerken, die in dubbele rijen om de vlechtwerken hingen, welke de beide bolvormige kapitelen op de zuilen bedekten.
42ואת הרמנים ארבע מאות לשתי השבכות שני טורים רמנים לשבכה האחת לכסות את שתי גלת הכתרת אשר על פני העמודים׃
43Verder tien wagentjes met bekkens er op,
43ואת המכנות עשר ואת הכירת עשרה על המכנות׃
44en één zee, door twaalf runderen gedragen.
44ואת הים האחד ואת הבקר שנים עשר תחת הים׃
45Tenslotte de potten, schoppen en offerschalen. Al deze voorwerpen, die Choeram in opdracht van koning Salomon voor de tempel van Jahweh had vervaardigd, waren van zuiver brons.
45ואת הסירות ואת היעים ואת המזרקות ואת כל הכלים האהל אשר עשה חירם למלך שלמה בית יהוה נחשת ממרט׃
46In de Jordaanvlakte, tussen Soekkot en Saretan, had de koning alles in lemen vormen laten gieten;
46בככר הירדן יצקם המלך במעבה האדמה בין סכות ובין צרתן׃
47het gewicht van het brons was wegens de overgrote massa niet vast te stellen.
47וינח שלמה את כל הכלים מרב מאד מאד לא נחקר משקל הנחשת׃
48Bovendien liet Salomon al de verdere benodigdheden voor de tempel van Jahweh vervaardigen: het gouden altaar met de gouden tafel voor de toonbroden;
48ויעש שלמה את כל הכלים אשר בית יהוה את מזבח הזהב ואת השלחן אשר עליו לחם הפנים זהב׃
49de luchters van zuiver goud met de gouden lampenhouders, lampen en snuiters; vijf rechts en vijf links van het Allerheiligste.
49ואת המנרות חמש מימין וחמש משמאול לפני הדביר זהב סגור והפרח והנרת והמלקחים זהב׃
50Verder de schotels, messen, offerschalen, pannen en bekkens, allen van zuiver goud. En ten slotte het gouden beslag aan de deuren van het binnenste tempelvertrek, namelijk het Allerheiligste, en aan de deuren van het Heilige.
50והספות והמזמרות והמזרקות והכפות והמחתות זהב סגור והפתות לדלתות הבית הפנימי לקדש הקדשים לדלתי הבית להיכל זהב׃
51Toen heel het werk, dat koning Salomon voor de tempel van Jahweh had laten verrichten, gereed was, bracht hij de wijgeschenken van zijn vader David, het goud, het zilver en de vaten naar de schatkamer van de tempel van Jahweh.
51ותשלם כל המלאכה אשר עשה המלך שלמה בית יהוה ויבא שלמה את קדשי דוד אביו את הכסף ואת הזהב ואת הכלים נתן באצרות בית יהוה׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.