ΚΡΙΤΑΙ
Chapter 12
Septuagint (Brenton Gree…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ΚΡΙΤΑΙ 12

Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Καὶ ἐβόησεν ἀνὴρ Ἐφραὶμ, καὶ παρῆλθαν εἰς Βοῤῥᾶν, καὶ εἶπαν πρὸς Ἰεφθάε, διατί παρῆλθες παρατάξασθαι ἐν υἱοῖς Ἀμμὼν, καὶ ἡμᾶς οὐ κέκληκας πορευθῆναι μετὰ σοῦ; τὸν οἶκόν σου ἐμπρήσομεν ἐπὶ σὲ ἐν πυρί.
1Nu verzamelden zich ook de Efraïmieten, en trokken over naar Safon. Ze zeiden tot Jefte: Waarom zijt ge uitgerukt, om de Ammonieten te bestrijden, zonder ons op te roepen, om met u mee te gaan? We zullen uw huis boven uw hoofd in brand steken.
2Καὶ εἶπε πρὸς αὐτοὺς Ἰεφθὰε, ἀνὴρ μαχητὴς ἤμην ἐγὼ καὶ ὁ λαός μου, καὶ οἱ υἱοὶ Ἀμμὼν σφόδρα· καὶ ἐβόησα ὑμᾶς, καὶ οὐκ ἐσώσατέ με ἐκ χειρὸς αὐτῶν.
2Jefte antwoordde hun: Toen ik en mijn volk in oorlog waren en de Ammonieten mij zwaar verdrukten, heb ik een beroep op u gedaan, maar ge hebt me niet uit hun handen verlost.
3Καὶ εἶδον ὅτι οὐκ εἶ σωτὴρ, καὶ ἔθηκα τὴν ψυχήν μου ἐν χειρί μου, καὶ παρῆλθον πρὸς υἱοὺς Ἀμμὼν, καὶ ἔδωκεν αὐτοὺς Κύριος ἐν χειρί μου· καὶ εἰς τί ἀνέβητε ἐπʼ ἐμὲ ἐν τῇ ἡμέρᾳ ταύτῃ παρατάξασθαι ἐν ἐμοί;
3Daar ik dus zag, dat gij toch niet zoudt helpen, heb ik al mijn moed bijeengeraapt en ben tegen de Ammonieten uitgetrokken. En Jahweh leverde ze in mijn hand. Wat trekt ge dan nu tegen mij op, om mij te bestrijden!
4Καὶ συνέστρεψεν Ἰεφθάε πάντας τοὺς ἄνδρας Γαλαὰδ, καὶ παρετάξατο τῷ Ἐφραὶμ, καὶ ἐπάταξαν ἄνδρες Γαλαὰδ τὸν Ἐφραὶμ, ὅτι εἶπαν οἱ διασωζόμενοι τοῦ Ἐφραὶμ, ὑμεῖς Γαλαὰδ ἐν μέσῳ τοῦ Ἐφραὶμ καὶ ἐν μέσῳ τοῦ Μανασσῆ.
4Nu bracht Jefte alle mannen van Gilad bijeen, en bond de strijd aan met de Efraïmieten. En Gilads mannen versloegen Efraïm.
5Καὶ προκατελάβετο Γαλαὰδ τὰς διαβάσεις τοῦ Ἰορδάνου τοῦ Ἐφραίμ· καὶ εἶπαν αὐτοῖς οἱ διασωζόμενοι Ἐφραὶμ, διαβῶμεν· καὶ εἶπαν αὐτοῖς οἱ ἄνδρες Γαλαὰδ, μὴ Ἐφραθίτης εἶ; καὶ εἶπεν, οὔ.
5Gilad sneed Efraïm de wedden van de Jordaan af, en wanneer de efraïmietische vluchtelingen wilden oversteken, vroegen de mannen van Gilad: Zijt ge een Efraïmiet? Antwoordde hij: Neen!
6Καὶ εἶπαν αὐτῷ, εἶπον δὴ στάχυς· καὶ οὐ κατεύθυνε τοῦ λαλῆσαι οὕτως· καὶ ἐπελάβοντο αὐτοῦ, καὶ ἔθυσαν αὐτὸν πρὸς τὰς διαβάσεις τοῦ Ἰορδάνου· καὶ ἔπεσαν ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ ἀπὸ Ἐφραὶμ δύο καὶ τεσσαράκοντα χιλιάδες.
6dan zeiden ze hem: Zeg dan eens: “sjibbólet”. En wanneer hij dan “sibbólet” zei, omdat hij het niet goed kon uitspreken, grepen ze hem, en maakten hem af bij de wedden van de Jordaan. Want ze zeiden: Dan zijt ge vluchtelingen van Efraïm! Gilad ligt tussen Efraïm en Manasse. Zo vielen er toen van Efraïm twee en veertig duizend man.
7Καὶ ἔκρινεν Ἰεφθάε τὸν Ἰσραὴλ ἓξ ἔτη· καὶ ἀπέθανεν Ἰεφθάε ὁ Γαλααδίτης, καὶ ἐτάφη ἐν πόλει αὐτοῦ Γαλαάδ.
7Gedurende zes jaren was Jefte rechter over Israël. Toen stierf Jefte de Giladiet, en werd te Safon in Gilad begraven.
8Καὶ ἔκρινε μετʼ αὐτὸν τὸν Ἰσραὴλ Ἀβαισσὰν ἀπὸ Βηθλεέμ.
8Na hem was Ibsan uit Betlehem rechter over Israël.
9Καὶ ἦσαν αὐτῷ τριάκοντα υἱοὶ, καὶ τριάκοντα θυγατέρες, ἃς ἐξαπέστειλεν ἔξω, καὶ τριάκοντα θυγατέρας εἰσήνεγκε τοῖς υἱοῖς αὐτοῦ ἔξωθεν· καὶ ἔκρινε τὸν Ἰσραὴλ ἑπτὰ ἔτη.
9Hij had dertig zonen; zijn dertig dochters huwde hij uit naar den vreemde; en voor zijn zonen bracht hij dertig meisjes van buiten in zijn huis. Gedurende zeven jaren was hij rechter over Israël.
10Καὶ ἀπέθανεν Ἀβαισσὰν, καὶ ἐτάφη ἐν Βηθλεέμ.
10Toen stierf Ibsan, en werd te Betlehem begraven.
11Καὶ ἔκρινε μετʼ αὐτὸν τὸν Ἰσραὴλ Αἰλὼμ ὁ Ζαβουλωνίτης δέκα ἔτη.
11Na hem trad Elon uit Zabulon als rechter over Israël op. Gedurende tien jaar was hij rechter over Israël.
12Καὶ ἀπέθανεν Αἰλὼμ ὁ Ζαβουλωνίτης, καὶ ἐτάφη ἐν Αἰλὼμ ἐν γῇ Ζαβουλών.
12Toen stierf Elon uit Zabulon, en werd te Elon in het land van Zabulon begraven.
13Καὶ ἔκρινε μετʼ αὐτὸν τὸν Ἰσραὴλ Ἀβδὼν υἱὸς Ἑλλὴλ ὁ Φαραθωνίτης.
13Na hem was Abdon, de zoon van Hillel, uit Piraton rechter over Israël.
14Καὶ ἦσαν αὐτῷ τεσσαράκοντα υἱοὶ, καὶ τριάκοντα υἱῶν υἱοὶ ἐπιβαίνοντες ἐπὶ ἑβδομήκοντα πώλους· καὶ ἔκρινε τὸν Ἰσραὴλ ὀκτὼ ἔτη.
14Hij had veertig zonen en dertig kleinzoons, die op zeventig jonge ezels reden. Gedurende acht jaar was hij rechter over Israël.
15Καὶ ἀπέθανεν Ἀβδὼν υἱὸς Ἐλλὴλ ὁ Φαραθωνίτης, καὶ ἐτάφη ἐν Φαραθὼν ἐν γῇ Ἐφραὶμ ἐν ὄρει τοῦ Ἀμαλήκ.
15Toen stierf Abdon, de zoon van Hillel, uit Piraton, en werd in Piraton in het land van Efraïm op de Amalekieten-berg begraven.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.