ΗΣΑΙΑΣ 17
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)Original language
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Ἰδοὺ Δαμασκὸς ἀρθήσεται ἀπὸ πόλεων, καὶ ἔσται εἰς πτῶσιν,
1De godsspraak over Damascus en Samaria: Zie, Damascus wordt uit de rij der steden gevaagd, En Samaria zal enkel puinhopen worden;
2καταλελειμμένη εἰς τὸν αἰῶνα, εἰς κοίτην ποιμνίων καὶ ἀνάπαυσιν, καὶ οὐκ ἔσται ὁ διώκων.
2Hun steden worden voor eeuwig verlaten, En zijn voor de kudden bestemd, Die er ongestoord zullen liggen.
3Καὶ οὐκέτι ἔσται ὀχυρὰ τοῦ καταφυγεῖν Ἐφραίμ· καὶ οὐκέτι βασιλεία ἐν Δαμασκῷ, καὶ τὸ λοιπὸν τῶν Σύρων οὐ γὰρ σὺ βελτίων εἶ τῶν υἱῶν Ἰσραὴλ, τῆς δόξης αὐτῶν· τάδε λέγει Κύριος σαβαώθ.
3In Efraïm zal geen vesting meer zijn, Geen koningschap meer in Damascus; Met Arams resten zal het gaan Als met de glorie van Israëls zonen: Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen!
4Ἔσται ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ ἔκλειψις δόξης Ἰακὼβ, καὶ τὰ πίονα τῆς δόξης αὐτοῦ σεισθήσεται.
4En het zal gebeuren op die dag, Dat de glorie van Jakob zal tanen, Het vet van zijn lichaam zal slinken.
5Καὶ ἔσται ὃν τρόπον ἐάν τις συναγάγῃ ἀμητὸν ἑστηκότα, καὶ σπέρμα σταχύων ἀμήσῃ· καὶ ἔσται ὃν τρόπον ἐάν τις συναγάγῃ στάχυν ἐν φάραγγι στερεᾷ.
5Het zal zijn, of een maaier de halmen grijpt, En zijn arm er de aren van afsnijdt; Of men aren leest in het Refaïm-dal,
6Καὶ καταλειφθῇ ἐν αὐτῇ καλάμη, ἢ ὡς ῥῶγες ἐλαίας δύο ἢ τρεῖς ἐπʼ ἄκρου μετεώρου, ἢ τέσσαρες ἢ πέντε ἀπὶ τῶν κλάδων αὐτῶν καταλειφθῇ· τὰδε λέγει Κύριος ὁ Θεὸς Ἰσραήλ.
6Of een restje blijft hangen, als men olijven afslaat: Twee, drie olijven nog hoog in de top, Vier of vijf aan de takken der bomen: Is de godsspraak van Jahweh, Israëls God!
7Τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ πεποιθὼς ἔσται ὁ ἄνθρωπος ἐπὶ τῷ ποιήσαντι αὐτὸν, οἱ δὲ ὀφθαλμοὶ αὐτοῦ εἰς τὸν ἅγιον τοῦ Ἰσραὴλ ἐμβλέψονται,
7Op die dag zullen de mensen naar hun Schepper opzien, Met hun ogen staren naar Israëls Heilige;
8καὶ οὐ μὴ πεποιθότες ὦσιν ἐπὶ τοῖς βωμοῖς, οὐδὲ ἐπὶ τοῖς ἔργοις τῶν χειρῶν αὐτῶν, ἃ ἐποίησαν οἱ δάκτυλοι αὐτῶν, καὶ οὐκ ὄψονται τὰ δένδρα, οὐδὲ τὰ βδελύγματα αὐτῶν.
8Niet meer omkijken naar de altaren, Het werk hunner handen; Niet omzien naar wat hun vingers hebben gemaakt, Naar heilige palen en zonnezuilen.
9Τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ ἔσονται αἱ πόλεις σου ἐγκαταλελειμμέναι, ὃν τρόπον κατέλιπον οἱ Ἀμοῤῥαῖοι καὶ οἱ Εὐαῖοι ἀπὸ προσώπου τῶν νἱῶν Ἰσραήλ· καὶ ἔσονται ἔρημοι,
9Op die dag liggen uw steden verlaten, Als de ruïnen der Chiwwieten en Amorieten, Waaruit zij gevlucht zijn voor Israëls zonen, En die een woestenij zijn geworden.
10διότι κατέλιπες τὸν Θεὸν τὸν σωτῆρά σου, καὶ Κυρίου τοῦ βοηθοῦ σου οὐκ ἐμνήσθης· διὰτοῦτο φυτεύσεις φύτευμα ἄπιστον, καὶ σπέρμα ἄπιστον.
10Want gij hebt vergeten den God van uw heil, Hebt niet gedacht aan de Rots van uw redding! In plaats daarvan hebt ge wellust-tuinen geplant, En uitheemse stekken gepoot.
11Τῇ ἡμέρᾳ, ᾗ ἂν φυτεύσῃς, πλανηθήσῃ· τὸ δὲ πρωῒ ἐὰν σπείρῃς, ἀνθήσει εἰς ἀμητὸν ᾗ ἂν ἡμέρᾳ κληρώσῃ, καὶ ὡς πατὴρ ἀνθρώπου κληρώσῃ τοῖς υἱοῖς σου.
11Wel groeiden ze reeds op de dag van het planten, Bloeiden al ‘s morgens, toen ze door u zijn gepoot: Maar weg is de oogst op de dag van het onheil, Een ongeneeslijke smart!
12Οὐαὶ πλῆθος ἐθνῶν πολλῶν· ὡς θάλασσα κυμαίνουσα, οὕτω ταραχθήσεσθε· καὶ νῶτος ἐθνῶν πολλῶν, ὡς ὕδωρ ἠχήσει.
12Ha, het woelen van machtige volken, Die razen als het bruisen der zee; Het tieren der naties, Die bulderen als geweldige wateren!
13Ὡς ὕδωρ πολὺ ἔθνη πολλὰ, ὡς ὕδατος πολλοῦ βίᾳ φερομένου· καὶ ἀποσκορακιεῖ αὐτὸν, καὶ πόῤῥω αὐτὸν διώξεται, ὡς χνοῦν ἀχύρου λικμώντων ἀπέναντι ἀνέμου, καὶ ὡς κονιορτὸν τροχοῦ καταιγὶς φέρουσα,
13Maar al brullen de volken als machtige wateren: Hij dreigt ze, ver vluchten ze weg; Opgejaagd als het kaf in de wan voor de wind, Als wolken stof voor de storm.
14Πρὸς ἑσπέραν καὶ ἔσται πένθος, πριν ἢ πρωῒ, καὶ οὐκ ἔσται· αὕτη ἡ μερὶς τῶν προνομευσάντων ὑμᾶς, καὶ κληρονομία τοῖς ὑμᾶς κληρονομήσασιν.
14Tegen de avond brengen ze schrik, Maar vóór de morgen zijn ze verdwenen: Dit is het deel van die ons plunderen, Het lot van die ons beroven.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.