ΠΑΡΑΛΕΙΠΟΜΕΝΩΝ Β 14
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)Original language
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Καὶ ἐποίησε τὸ καλὸν καὶ τὸ εὐθὲς ἐνώπιον Κυρίου τοῦ Θεοῦ αὐτοῦ.
1Abias ging bij zijn vaderen te ruste, en werd in de Davidstad begraven. Zijn zoon Asa volgde hem op. In zijn dagen had het land tien jaar lang rust.
2Καὶ ἀπέστησε τὰ θυσιαστήρια τῶν ἀλλοτρίων καὶ τὰ ὑψηλὰ, καὶ συνέτριψε τὰς στήλας, καὶ ἐξέκοψε τὰ ἄλση,
2Asa deed wat goed en recht was in de ogen van Jahweh, zijn God:
3καὶ εἶπε τῷ Ἰούδα ἐκζητῆσαι τὸν Κύριον Θεὸν τῶν πατέρων αὐτῶν, καὶ ποιῆσαι τὸν νόμον καὶ τὰς ἐντολάς.
3hij ruimde de vreemde altaren en de offerhoogten op, sloeg de heilige zuilen stuk, hakte de heilige palen om,
4Καὶ ἀπέστησεν ἀπὸ πασῶν πόλεων Ἰούδα τὰ θυσιαστήρια καὶ τὰ εἴδωλα, καὶ εἰρήνευσε πόλεις τειχήρεις ἐν γῇ Ἰούδα,
4en scherpte de Judeërs in, dat zij Jahweh moesten vereren, den God hunner vaderen, en zijn wet en geboden moesten onderhouden.
5ὅτι εἰρήνευσεν ἡ γῆ, καὶ οὐκ ἦν αὐτῷ πόλεμος ἐν τοῖς ἔτεσι τούτοις, ὅτι κατέπαυσε Κύριος αὐτῷ.
5Ook uit alle steden van Juda verwijderde hij de offerhoogten en de reukaltaren. Onder hem had het rijk rust.
6Καὶ εἶπε τῷ Ἰούδα, οἰκοδομήσωμεν τὰς πόλεις ταύτας, καὶ ποιήσωμεν τείχη καὶ πύργους καὶ πύλας καὶ μοχλοὺς, ἐνώπιον τῆς γῆς κυριεύσομεν· ὅτι καθὼς ἐξεζητήσαμεν Κύριον τὸν Θεὸν ἡμῶν, ἐξεζήτησεν ἡμᾶς, καὶ κατέπαυσεν ἡμᾶς κυκλόθεν, καὶ εὐώδωσεν ἡμῖν.
6Daar het land vrede had, en hij in die jaren geen oorlog hoefde te voeren, omdat Jahweh hem rust verleende, bouwde hij verschillende vestingen in Juda.
7Καὶ ἐγένετο δύναμις τῷ Ἀσὰ ὁπλοφόρων αἰρόντων θυρεοὺς καὶ δόρατα ἐν γῇ Ἰούδα τριακόσιαι χιλιάδες, καὶ ἐν γῇ Βενιαμὶν πελτασταὶ καὶ τοξόται διακόσιαι καὶ ὀγδοήκοντα χιλιάδες, πάντες οὗτοι πολεμισταὶ δυνάμεως.
7En hij zeide tot Juda: Laat ons deze steden versterken, en ze met een muur en torens, met poorten en grendels omgeven. Nog zijn wij baas in eigen land, omdat wij Jahweh, onzen God, vereren; want omdat wij Hem vereren, schenkt Hij ons rust naar alle kanten. En ze brachten de bouw tot een gelukkig einde.
8Καὶ ἐξῆλθεν ἐπʼ αὐτοὺς Ζαρὲ ὁ Αἰθίοψ ἐν δυνάμει ἐν χιλίαις χιλιάσι καὶ ἅρμασι τριακοσίοις, καὶ ἦλθεν ἕως Μαρησά.
8Het leger van Asa bestond uit driehonderdduizend Judeërs, gewapend met schild en lans, en tweehonderdduizend Benjamieten, gewapend met schilden en vertrouwd met de boog; allemaal dappere mannen.
9Καὶ ἐξῆλθεν Ἀσὰ εἰς συνάντησιν αὐτῷ, καὶ παρετάξατο πόλεμον ἐν τῇ φάραγγι κατὰ Βοῤῥᾶν Μαρησά.
9Eens rukte Zérach, de Koesjiet, tegen hem op met een leger van een millioen man en driehonderdduizend strijdwagens. Toen hij Maresja had bereikt,
10Καὶ ἐβόησεν Ἀσὰ πρὸς Κύριον Θεὸν αὐτοῦ, καὶ εἶπε, Κύριε, οὐκ ἀδυνατεῖ παρὰ σοὶ σώζειν ἐν πολλοῖς καὶ ἐν ὀλίγοις· κατίσχυσον ἡμᾶς Κύριε ὁ Θεὸς ἡμῶν, ὅτι ἐπὶ σοὶ πεποιθαμεν, καὶ ἐπὶ τῷ ὀνόματί σου ἤλθομεν ἐπὶ τὸ πλῆθος τὸ πολὺ τοῦτο· Κύριε ὁ Θεὸς ἡμῶν, μὴ κατισχυσάτω πρὸς σὲ ἄνθρωπος.
10ging Asa hem tegemoet, en zij stelden zich in het dal Sefata bij Maresja in slagorde op.
11Καὶ ἐπάταξε Κύριος τοὺς Αἰθίοπας ἐναντίον Ἰούδα, καὶ ἔφυγον Αἰθίοπες,
11Nu riep Asa tot Jahweh, zijn God, en sprak: Jahweh; Gij alleen kunt helpen in de strijd van een machteloze tegen een sterke! Help ons, Jahweh, onze God; want wij nemen onze toevlucht tot U, en in uw Naam trekken wij tegen dit geweldige leger op, Jahweh, Gij zijt onze God; tegen U is niemand bestand!
12καὶ κατεδίωξεν αὐτοὺς Ἀσὰ καὶ ὁ λαὸς αὐτοῦ ἕως Γεδώρ· καὶ ἔπεσον Αἰθίοπες ὥστε μὴ εἶναι ἐν αὐτοῖς περιποίησιν, ὅτι συνετρίβησαν ἐνώπιον Κυρίου καὶ ἐναντίον τῆς δυνάμεως αὐτοῦ, καὶ ἐσκύλευσαν σκῦλα πολλά.
12En Jahweh bracht de Koesjieten voor Asa de nederlaag toe. De Koesjieten sloegen op de vlucht,
13Καὶ ἐξέκοψαν τὰς κώμας αὐτῶν κύκλῳ Γεδὼρ, ὅτι ἐγενήθη ἔκστασις Κυρίου ἐπʼ αὐτοὺς, καὶ ἐσκύλευσαν πάσας τὰς πόλεις αὐτῶν, ὅτι πολλὰ σκῦλα ἐγενήθη αὐτοῖς.
13en Asa met zijn manschappen achtervolgden hen tot Gerar. Er sneuvelden zoveel Koesjieten, dat ze zich niet konden herstellen; ze werden door Jahweh en zijn leger volkomen vernietigd. De Judeërs bemachtigden een zeer grote buit,
14Καί γε σκηνὰς κτήσεων, καὶ τοὺς Ἀλιμαζονεῖς ἐξέκοψαν, καὶ ἔλαβον πρόβατα πολλὰ καὶ καμήλους, καὶ ἐπέστρεψαν εἰς Ἱερουσαλήμ.
14en overweldigden alle steden in de omgeving van Gerar; zo diep zat de schrik voor Jahweh er in! Zij plunderden al die steden, omdat er veel buit te behalen viel;
no verse 15 in this text
15zelfs de tenten der veehoeders haalden zij omver, en maakten een groot aantal schapen en kamelen buit. Toen keerden ze naar Jerusalem terug.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.