요한복음 7
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Translation
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1이후에 예수께서 갈릴리에서 다니시고 유대에서 다니려 아니하심은 유대인들이 죽이려 함이러라
1Daarna trok Jesus in Galilea rond; want Hij wilde niet in Judea vertoeven, omdat de Joden Hem zochten te doden.
2유대인의 명절인 초막절이 가까운지라
2Maar toen het loofhuttenfeest der Joden begon te naderen,
3그 형제들이 예수께 이르되 `당신의 행하는 일을 제자들도 보게 여기를 떠나 유대로 가소서
3zeiden zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier en ga naar Judea, opdat ook uw leerlingen de werken zien, die Gij verricht.
4스스로 나타나기를 구하면서 묻혀서 일하는 사람이 없나니 이 일을 행하려 하거든 자신을 세상에 나타내소서' 하니
4Want niemand handelt in het verborgen, als hij bekend wil worden. Nu Gij toch deze dingen doet, vertoon U dan ook aan de wereld.
5이는 그 형제들이라도 예수를 믿지 아니함이러라
5Want ook zijn broeders zelf geloofden niet in Hem.
6예수께서 가라사대 `내 때는 아직 이르지 아니 하였거니와 너희 때는 늘 준비되어 있느니라
6Jesus sprak dus tot hen: Mijn tijd is nog niet gekomen; maar uw tijd is er steeds.
7세상이 너희를 미워하지 못하되 나를 미워하나니 이는 내가 세상의 행사를 악하다 증거함이라
7U kan de wereld niet haten; maar Mij haat ze wel, omdat Ik getuig, dat haar werken boos zijn.
8너희는 명절에 올라가라 나는 내 때가 아직 차지 못하였으니 이 명절에 아직 올라가지 아니하노라'
8Gaat zelf maar naar dit feest; Ik ga nog niet naar dit feest, omdat mijn tijd nog niet is gekomen.
9이 말씀을 하시고 갈릴리에 머물러 계시니라
9Zo sprak Hij tot hen; en Hij bleef in Galilea.
10그 형제들이 명절에 올라간후 자기도 올라가시되 나타내지 않고 비밀히 하시니라
10Eerst toen zijn broeders waren vertrokken, vertrok Hij ook zelf naar het feest; niet publiek, maar in stilte.
11명절 중에 유대인들이 예수를 찾으면서 `그가 어디 있느냐 ?' 하고
11De Joden nu zochten Hem op het feest, en zeiden: Waar is Hij?
12예수께 대하여 무리 중에서 수군거림이 많아 혹은 좋은 사람이라 하며 혹은 아니라 무리를 미혹하게 한다 하나
12En er werd veel over Hem onder de menigte gemompeld. Sommigen zeiden: Hij is goed; anderen weer: Neen, Hij misleidt het volk.
13그러나 유대인들을 두려워하므로 드러나게 그를 말하는 자가 없더라
13Maar niemand sprak publiek over Hem, uit vrees voor de Joden.
14이미 명절의 중간이 되어 예수께서 성전에 올라가사 가르치시니
14Toen het feest reeds half voorbij was, ging Jesus naar de tempel, en trad als leraar op.
15유대인들이 기이히 여겨 가로되 `이 사람은 배우지 아니하였거늘 어떻게 글을 아느냐 ?' 하니
15De Joden stonden verwonderd, en zeiden: Hoe is Hij zo geleerd, ofschoon Hij niet onderwezen is?
16예수께서 대답하여 가라사대 `내 교훈은 내 것이 아니요 나를 보내신 이의 것이니라
16Jesus antwoordde hun en sprak: Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem, die Mij gezonden heeft.
17사람이 하나님의 뜻을 행하려 하면 이 교훈이 하나님께로서 왔는지 내가 스스로 말함인지 알리라
17Zo iemand bereid is, zijn wil te volbrengen, dan zal hij weten, of die leer uit God is, of dat Ik spreek uit Mijzelf.
18스스로 말하는 자는 자기 영광만 구하되 보내신 이의 영광을 구하는 자는 참되니 그 속에 불의가 없느니라
18Wie uit zichzelf spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar wie de eer zoekt van Hem, die hem gezonden heeft, hij is waarachtig, en er is in hem geen bedrog.
19모세가 너희에게 율법을 주지 아니하였느냐 ? 너희 중에 율법을 지키는 자가 없도다 너희가 어찌하여 나를 죽이려 하느냐 ?'
19Heeft Moses u niet de Wet gegeven? En toch niemand van u onderhoudt de Wet.
20무리가 대답하되 `당신은 귀신이 들렸도다 누가 당신을 죽이려 하나이까 ?'
20Waarom zoekt gij Mij te doden? De menigte antwoordde: Gij zijt van den duivel bezeten; wie zoekt U te doden?
21예수께서 대답하여 가라사대 `내가 한 가지 일을 행하매 너희가 다 이를 인하여 괴이히 여기는도다
21Jesus antwoordde hun, en sprak: Slechts één enkel werk heb Ik verricht, en toch staat gij allen daarover versteld.
22모세가 너희에게 할례를 주었으니 (그러나 할례는 모세에게서 난 것이 아니요 조상들에게서 난 것이라) 그러므로 너희가 안식일에도 사람에게 할례를 주느니라
22Moses heeft u de besnijdenis gegeven; niet dat ze van Moses afkomstig is, maar van de aartsvaders; en op sabbat dient gij iemand de besnijdenis toe.
23모세의 율법을 폐하지 아니하려고 사람이 안식일에도 할례를 받는 일이 있거든 내가 안식일에 사람의 전신을 건전케 한 것으로 너희가 나를 노여워하느냐 ?
23Zo iemand op sabbat de besnijdenis ontvangt, om niet de Wet van Moses te schenden, zijt gij dan verbitterd op Mij, omdat Ik een mens heel en al gezond heb gemaakt op de sabbat?
24외모로 판단하지 말고 공의의 판단으로 판단하라' 하시니라
24Oordeelt niet naar de uiterlijke schijn, maar velt een rechtvaardig oordeel.
25예루살렘 사람 중에서 혹이 말하되 `이는 저희가 죽이고자 하는 그 사람이 아니냐 ?
25Sommigen van de Jerusalemmers zeiden: Is Hij het niet, dien men zoekt te doden?
26보라 드러나게 말하되 저희가 아무 말도 아니하는도다 당국자들은 이 사람을 참으로 그리스도인줄 알았는가
26En zie, Hij spreekt in het openbaar, en men zegt Hem niets. Zouden dan de overheden werkelijk hebben erkend, dat Hij de Christus is?
27그러나 우리는 이 사람이 어디서 왔는지 아노라 그리스도께서 오실 때에는 어디서 오시는지 아는 자가 없으리라' 하는지라
27Maar van Hem weten we, waar Hij vandaan is; als echter de Christus komt, weet niemand, waar Hij vandaan komt.
28예수께서 성전에서 가르치시며 외쳐 가라사대 `너희가 나를 알고 내가 어디서 온 것도 알거니와 내가 스스로 온 것이 아니로라 나를 보내신이는 참이시니 너희는 그를 알지 못하나
28Toen leerde Jesus met luider stem in de tempel, en sprak: Gij kent Mij, en gij weet ook, waar Ik vandaan ben? En toch ben Ik niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij, die Mij gezonden heeft, is de Waarachtige; Dien kent gij niet.
29나는 아노니 이는 내가 그에게서 났고 그가 나를 보내셨음이니라' 하신대
29Ik ken Hem wel, omdat Ik van Hem ben uitgegaan, en omdat Hij Mij heeft gezonden.
30저희가 예수를 잡고자 하나 손을 대는 자가 없으니 이는 그의 때가 아직 이르지 아니하였음이러라
30Toen zocht men Hem gevangen te nemen; toch sloeg niemand de hand aan Hem, omdat zijn uur nog niet was gekomen.
31무리 중에 많은 사람이 예수를 믿고 말하되 `그리스도께서 오실지라도 그 행하실 표적이 이 사람의 행한 것보다 더 많으랴' 하니
31Uit de menigte geloofden er velen in Hem. Ze zeiden: Zal de Christus, als Hij komt, meer tekenen doen dan Hij verricht?
32예수께 대하여 무리의 수군거리는 것이 바리새인들에게 들린지라 대제사장들과 바리새인들이 그를 잡으려고 하속들을 보내니
32De farizeën hoorden de menigte aldus over Hem mompelen; daarom zonden de opperpriesters en farizeën dienaars uit, om Hem gevangen te nemen.
33예수께서 이르시되 `내가 너희와 함께 조금 더 있다가 나를 보내신 이에게로 돌아가겠노라
33Nu sprak Jesus: Nog korte tijd ben Ik bij u; dan ga Ik terug naar Hem, die Mij heeft gezonden.
34너희가 나를 찾아도 만나지 못할 터이요 나 있는 곳에 오지도 못하리라' 하신대
34Gij zult Mij zoeken maar niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen.
35이에 유대인들이 서로 묻되 `이 사람이 어디로 가기에 우리가 저를 만나지 못하리요 헬라인 중에 흩어져 사는 자들에게로 가서 헬라인을 가르칠 터인가
35De Joden zeiden dan tot elkander: Waar wil Hij heen, dat we Hem niet zullen vinden? Wil Hij soms naar de verstrooiing der heidenen gaan, en de heidenen onderrichten?
36나를 찾아도 만나지 못할 터이요 나 있는 곳에 오지도 못하리라 한 이 말이 무슨 말이냐 ?' 하니라
36Wat betekent dit woord, dat Hij sprak: Gij zult Mij zoeken, maar niet vinden; en: Waar Ik ben, kunt gij niet komen?
37명절 끝날 곧 큰날에 예수께서 서서 외쳐 가라사대 `누구든지 목마르거든 내게로 와서 마시라
37Op de laatste en grootste dag van het feest, stond Jesus daar, en riep met luider stem: Zo iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; hij drinke,
38나를 믿는 자는 성경에 이름과 같이 그 배에서 생수의 강이 흘러나리라 하시니
38wie in Mij gelooft. Zoals de Schrift heeft gezegd: “Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien”.
39이는 그를 믿는 자의 받을 성령을 가리켜 말씀하신 것이라' (예수께서 아직 영광을 받지 못하신고로 성령이 아직 저희에게 계시지 아니하시더라)
39Dit zeide Hij van den Geest, dien zij zouden ontvangen, die in Hem zouden geloven. Want de Geest was er nog niet, daar Jesus nog niet verheerlijkt was.
40이 말씀을 들은 무리 중에서 혹은 `이가 참으로 그 선지자라' 하며
40Bij het horen dezer woorden zeiden sommigen van het volk: Deze is zeker de profeet.
41혹은 그리스도라 하며 어떤 이들은 그리스도가 어찌 갈릴리에서 나오겠느냐 ?
41Anderen zeiden: Hij is de Christus. Weer anderen zeiden: Komt dan de Christus uit Galilea?
42성경에 이르기를 그리스도는 다윗의 씨로 또 다윗의 살던 촌 베들레헴에서 나오리라 하지 아니하였느냐 하며
42Heeft dan de Schrift niet gezegd, dat de Christus uit het geslacht van David komt, en uit Bétlehem, het dorp, waar David woonde?
43예수를 인하여 무리 중에서 쟁론이 되니
43Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk.
44그 중에는 그를 잡고자 하는 자들도 있으나 손을 대는 자가 없었더라
44Sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem.
45하속들이 대제사장들과 바리새인들에게로 오니 저희가 묻되 `어찌하여 잡아오지 아니하였느냐 ?'
45Nu kwamen ook de dienaars bij de opperpriesters en farizeën terug. Deze laatsten zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet meegebracht?
46하속들이 대답하되 `그 사람의 말하는 것처럼 말한 사람은 이 때까지 없었나이다' 하니
46De dienaars antwoordden: Nooit heeft iemand zó gesproken als deze man.
47바리새인들이 대답하되 `너희도 미혹되었느냐 ?
47De farizeën antwoordden hun: Hebt ook gij u laten misleiden?
48당국자들이나 바리새인 중에 그를 믿는 이가 있느냐 ?
48Heeft soms iemand van de overheden of van de farizeën in Hem geloofd?
49율법을 알지 못하는 이 무리는 저주를 받은 자로다'
49Ja, dat volk, dat de Wet niet kent: vervloekt zijn ze.
50그 중에 한 사람 곧 전에 예수께 왔던 니고데모가 저희에게 말하되
50Maar één van hen, Nikodemus, die vroeger Hem eens had bezocht, sprak tot hen:
51`우리 율법은 사람의 말을 듣고 그 행한 것을 알기 전에 판결하느냐 ?'
51Onze Wet veroordeelt niemand, zonder hem vooraf te hebben gehoord, en zonder te weten, wat hij doet.
52저희가 대답하여 가로되 `너도 갈릴리에서 왔느냐 ? 상고하여 보라 갈릴리에서는 선지자가 나지 못하느니라' 하였더라
52Ze gaven hem ten antwoord: Zijt gij soms uit Galilea? Onderzoek het maar; dan zult ge erkennen, dat er geen profeet uit Galilea opstaat.
53(다 각각 집으로 돌아가고
53Daarop gingen ze allen naar huis.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.