Ezekiel
Chapter 13
Berean Standard Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Ezekiel 13

Berean Standard Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Then the word of the LORD came to me, saying,
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht!
2“Son of man, prophesy against the prophets of Israel who are now prophesying. Tell those who prophesy out of their own imagination: Hear the word of the LORD!
2Mensenkind, profeteer tegen de profeten van Israël, en zeg tot hen, die eigenmachtig profeteren: Luistert naar het woord van Jahweh;
3This is what the Lord GOD says: Woe to the foolish prophets who follow their own spirit, yet have seen nothing.
3dit zegt Jahweh, de Heer! Wee de dwaze profeten, die hun inbeelding nalopen, zonder dat ze iets hebben gezien!
4Your prophets, O Israel, are like foxes among the ruins.
4Als vossen op de puinhopen, zo zijn uw profeten, Israël!
5You did not go up to the gaps or restore the wall around the house of Israel so that it would stand in the battle on the Day of the LORD.
5Gij zijt niet in de bres gesprongen, hebt geen muur rond het huis van Israël opgetrokken, opdat het staande zou blijven in de strijd op de dag van Jahweh.
6They see false visions and speak lying divinations. They claim, ‘Thus declares the LORD,’ when the LORD did not send them; yet they wait for the fulfillment of their message.
6Loze zieners en valse voorspellers zijn het; ze roepen “godsspraak van Jahweh”, terwijl Jahweh ze niet gezonden heeft; en dan verwachten ze nog, dat Hij het woord zal vervullen!
7Haven’t you seen a false vision and spoken a lying divination when you proclaim, ‘Thus declares the LORD,’ even though I have not spoken?
7Hebt ge soms geen loos gezicht aanschouwd en geen valse voorspelling gegeven, toen ge riept “godsspraak van Jahweh”, zonder dat Ik gesproken had?
8Therefore this is what the Lord GOD says: Because you have uttered vain words and seen false visions, I am against you, declares the Lord GOD.
8Daarom, zegt Jahweh, de Heer: Omdat ge leugens voorspeld en een waanbeeld geschouwd hebt, daarom zal Ik u treffen, zegt Jahweh, de Heer.
9My hand will be against the prophets who see false visions and speak lying divinations. They will not belong to the council of My people or be recorded in the register of the house of Israel, nor will they enter the land of Israel. Then you will know that I am the Lord GOD.
9Neerkomen zal mijn hand op de profeten, die een waanbeeld schouwden en leugens voorspelden; in de kring van mijn volk worden ze niet toegelaten, in het boek van Israëls huis niet ingeschreven, op Israëls grondgebied komen ze niet. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben.
10Because they have led My people astray, saying, ‘Peace,’ when there is no peace, and whitewashing any flimsy wall that is built,
10Juist omdat ze mijn volk misleid hebben, door “Vrede” te roepen, terwijl het geen vrede was, en toen men een muur had gebouwd, die zowaar met kalk bepleisterden,
11tell those whitewashing the wall that it will fall. Rain will come in torrents, I will send hailstones plunging down, and a windstorm will burst forth.
11daarom moet ge tot die kalkstrijkers zeggen: Hij zal vallen; een regenvlaag komt, de hagelstenen slaan neer, een windhoos breekt los!
12Surely when the wall has fallen, you will not be asked, ‘Where is the whitewash with which you covered it?’
12En als de muur is ingezakt, zal men u dan niet vragen: Waar is de kalk, die gij erop hebt gestreken?
13Therefore this is what the Lord GOD says: In My wrath I will release a windstorm, and in My anger torrents of rain and hail will fall with destructive fury.
13Waarachtig, zo spreekt Jahweh, de Heer: Ik zal in mijn woede een stormwind ontketenen, in mijn toorn een regenvlaag neerjagen, in mijn drift zullen hagelstenen vallen en alles vernielen.
14I will tear down the wall you whitewashed and level it to the ground, so that its foundation is exposed. The city will fall, and you will be destroyed within it. Then you will know that I am the LORD.
14Verwoesten zal Ik de muur, die ge met kalk bepleisterd hebt; ter aarde laat Ik hem storten; zijn onderbouw wordt blootgelegd en zakt ineen, en gij wordt eronder verpletterd! Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
15And after I have vented My wrath against the wall and against those who whitewashed it, I will say to you: ‘The wall is gone, and so are those who whitewashed it—
15Mijn woede zal Ik op de muur gaan koelen, maar ook op hen, die hem met kalk bepleisterden. Dan zal Ik vragen: Waar is de muur; waar zijn ze, die hem bepleisterden;
16those prophets of Israel who prophesied to Jerusalem and saw a vision of peace for her when there was no peace, declares the Lord GOD.’
16waar de profeten van Israël, die over Jerusalem profeteerden, die vrede voor haar schouwden, terwijl het geen vrede was? Zo spreekt Jahweh, de Heer.
17Now, O son of man, set your face against the daughters of your people who prophesy out of their own imagination. Prophesy against them
17Mensenkind, vestig uw blikken op de dochters van uw volk, die eigenmachtig profeteren; ge moet tegen haar profeteren
18and tell them that this is what the Lord GOD says: Woe to the women who sew magic charms on their wrists and make veils for the heads of people of every height, in order to ensnare their souls. Will you ensnare the souls of My people but preserve your own?
18en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Wee haar, die om zielen te vangen, toverstrikken naaien om ieders handgewricht, en sluiers draaien om het hoofd van groot en klein. Denkt ge de zielen van mijn volk te verstrikken, en uw eigen zielen in leven te houden?
19You have profaned Me among My people for handfuls of barley and scraps of bread. By lying to My people who would listen, you have killed those who should not have died and spared those who should not have lived.
19Ge hebt Mij bij mijn volk ontwijd voor een handvol gerst en voor een paar korsten brood, door zielen te doden die niet mochten sterven, en zielen in leven te houden, die niet mochten leven, door mijn volk te misleiden, dat naar leugens luistert.
20Therefore this is what the Lord GOD says: See, I am against the magic charms with which you ensnare souls like birds, and I will tear them from your arms. So I will free the souls you have ensnared like birds.
20Daarom spreekt Jahweh, de Heer: Ik kom op uw toverstrikken af, waarmee ge de zielen als vogels vangt; Ik ruk ze af van uw armen, en laat de zielen, die gij jaagt, als vogels vrij;
21I will also tear off your veils and deliver My people from your hands, so that they will no longer be prey in your hands. Then you will know that I am the LORD.
21Ik ruk de sluiers van u af, bevrijd mijn volk uit uw macht, en laat het niet langer als wild in uw macht zijn. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
22Because you have disheartened the righteous with your lies, even though I have caused them no grief, and because you have encouraged the wicked not to turn from their evil ways to save their lives,
22Omdat ge met leugens het hart van den rechtvaardige opschrikt, dien Ik niet wil verschrikken, en de handen van den zondaar stijft, opdat hij zich niet bekeert van zijn slecht gedrag en in leven blijft:
23therefore you will no longer see false visions or practice divination. I will deliver My people from your hands. Then you will know that I am the LORD.”
23daarom zult ge geen waanbeeld meer schouwen of leugens voorspellen, en zal Ik mijn volk uit uw macht bevrijden. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.