Micha 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Hoort toch het woord, Dat Jahweh spreekt! Sta op, richt uw aanklacht ten aanhoren der bergen, En laat de heuvelen uw stem vernemen!
1שמעו נא את אשר יהוה אמר קום ריב את ההרים ותשמענה הגבעות קולך׃
2Hoort bergen, de aanklacht van Jahweh, Gij ook, onwrikbare fundamenten der aarde: Want Jahweh heeft een beschuldiging tegen zijn volk, Een vordering tegen Israël.
2שמעו הרים את ריב יהוה והאתנים מסדי ארץ כי ריב ליהוה עם עמו ועם ישראל יתוכח׃
3Mijn volk, wat heb Ik u toch gedaan, Waarmee u verdroten? Antwoord Mij!
3עמי מה עשיתי לך ומה הלאתיך ענה בי׃
4Ik heb u uit Egypte geleid, uit het slavenhuis u verlost, Moses, Aäron en Mirjam aan uw spits laten gaan.
4כי העלתיך מארץ מצרים ומבית עבדים פדיתיך ואשלח לפניך את משה אהרן ומרים׃
5Gedenk, mijn volk, wat Balak, de koning van Moab, beraamde. Het antwoord, dat Bilam, de zoon van Beor, hem gaf; Wat er gebeurde van Sjittim tot Gilgal, Opdat ge Gods genaden erkent!
5עמי זכר נא מה יעץ בלק מלך מואב ומה ענה אתו בלעם בן בעור מן השטים עד הגלגל למען דעת צדקות יהוה׃
6Waarmede zal ik voor Jahweh treden, Mij buigen voor God in de hoge? Zal ik Hem met brandoffers naderen, Met één-jarige kalveren?
6במה אקדם יהוה אכף לאלהי מרום האקדמנו בעולות בעגלים בני שנה׃
7Zullen Jahweh de duizenden rammen behagen, Of ontelbare stromen van olie; Zal ik voor mijn misdaad mijn eerstgeborene geven, De vrucht van mijn schoot voor mijn zonde?
7הירצה יהוה באלפי אילים ברבבות נחלי שמן האתן בכורי פשעי פרי בטני חטאת נפשי׃
8Hij heeft u verkondigd wat goed is, o mens, En wat Jahweh van u verlangt: Niets anders dan recht doen, en barmhartigheid beminnen, Deemoedig zijn jegens uw God!
8הגיד לך אדם מה טוב ומה יהוה דורש ממך כי אם עשות משפט ואהבת חסד והצנע לכת עם אלהיך׃
9Hoort, Jahweh roept tot de stad, En wijsheid is het, zijn Naam te vrezen: Hoort het, gij stam, Gij, gemeente der stad!
9קול יהוה לעיר יקרא ותושיה יראה שמך שמעו מטה ומי יעדה׃
10Zou Ik het huis van den goddeloze vergeten, De boze rijkdom, de gevloekte, oneerlijke maat,
10עוד האש בית רשע אצרות רשע ואיפת רזון זעומה׃
11De bedriegelijke weegschaal onschuldig verklaren, De buidel met valse gewichten?
11האזכה במאזני רשע ובכיס אבני מרמה׃
12Omdat uw rijkaards vol onrec ht waren, Uw burgers bedriegers met een valse tong in hun mond:
12אשר עשיריה מלאו חמס וישביה דברו שקר ולשונם רמיה בפיהם׃
13Daarom ben Ik begonnen, u te slaan, En te vernielen om uw zonden!
13וגם אני החליתי הכותך השמם על חטאתך׃
14Ge zult eten, maar niet verzadigd zijn, En honger in uw binnenste voelen; Ge zult sparen, maar het niet behouden, En wat ge behoudt, geef Ik prijs aan het zwaard.
14אתה תאכל ולא תשבע וישחך בקרבך ותסג ולא תפליט ואשר תפלט לחרב אתן׃
15Zaaien zult ge, maar niet oogsten, Olijven zult ge gaan treden, Maar u niet zalven met olie, En most, maar er geen wijn van drinken.
15אתה תזרע ולא תקצור אתה תדרך זית ולא תסוך שמן ותירוש ולא תשתה יין׃
16Ge hebt Omri’s wetten onderhouden, Alle praktijken van Achabs huis, naar hun gebruiken geleefd, Opdat Ik u prijs geef aan de vernieling, uw burgers aan spot, En gij de hoon van de volken zoudt dragen!
16וישתמר חקות עמרי וכל מעשה בית אחאב ותלכו במעצותם למען תתי אתך לשמה וישביה לשרקה וחרפת עמי תשאו׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.