Jesaja
Chapter 25
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Baibal Olcim (Matu…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Baibal Olcim (Matupi Chin)
1Jahweh, Gij zijt mijn God: Ik verhef en prijs uw Naam; Want Gij hebt wonderen gewrocht, Oude raadsbesluiten waarachtig vervuld!
1Yahweh namah ni ka Pathen. Namah te kan pomsang vetih na ming ni ka uem eh. Hlamat lamloh oltak uepomnah neh na cilsuep te khobaerhambae la na saii coeng.
2Ja, Gij hebt van de steden een puinhoop gemaakt, Van de versterkte vesting een bouwval; De burcht der bozen verwoest, Nooit wordt hij herbouwd.
2Khopuei te khaw lungkuk la, khorha cakrhuet khaw imrhong la, khopuei lamkah kholong impuei te kumhal duela khoeng voel mahpawh.
3Daarom zullen machtige volken U eren, De steden van geweldige naties U vrezen!
3Te dongah namtom khorha kah hlangtlung pilnam loh nang n'thangpom uh vetih hlanghaeng rhoek loh nang n'rhih uh ni.
4Want Gij waart voor den zwakke een toevlucht, Voor den arme in zijn benauwing een hulp; Een schuilplaats tegen de storm, Een schaduw tegen de hitte. Ja, het geraas van tyrannen Is als een storm in de winter,
4Tattloel ham lunghim la, khodaeng ham khaw lunghim la, rhal lakli neh khohli vaengah hlipyingnah, kholing vaengah hlipkhup la, hlanghaeng khohli vaengah hlipuei pangbueng bangla om coeng.
5En als de hitte in een dorstige streek Is het tieren der bozen: Maar Gij tempert de hitte door de schaduw der wolken, En verstomt het brullen der bozen.
5Rhamrhae kah kholing bangla, kholong kah longlonah khaw, kholing khaw khomai hlipkhup neh dup na hnah, hlanghaeng kah laa khaw na paa sak.
6Dan zal Jahweh der heirscharen Op deze berg voor alle volken Een maaltijd bereiden van vette gerechten en dranken: Mergrijke spijzen, parelende wijnen!
6caempuei BOEIPA loh pilnam pum ham situi neh buhkoknah, sampa situi neh buhkoknah, hangnaeng a ciil a rhoe te tlang soah a saii pah ni.
7Op deze berg scheurt Hij de sluier, die alle volken bedekt, Het floers, dat alle naties omhult,
7Pilnam cungkuem soah maelhmai khuprhup aka cun neh namtom cungkuem soah mueihlawn aka khuk tah, hekah tlang ah a dolh ni.
8En doet de dood voor eeuwig te niet. Jahweh der heirscharen wist de tranen van alle gezichten, Neemt over de hele aarde de schande weg van zijn volk! Waarachtig, Jahweh heeft het gezegd!
8Dueknah loh a yoeyah la a yoop ni. Maelhmai tom kah mikphi te, ka Boeipa Yahovah loh a huih vetih a pilnam sokah kokhahnah khaw diklai hman lamloh boeih a khoe ni. BOEIPA loh a thui ngawn coeng.
9Op die dag zal men zeggen: Dit is onze God, Op wien wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; Dit is Jahweh, op wien wij vertrouwden: Laat ons juichen en jubelen in zijn hulp!
9Tekah khohnin ah tah, “Mamih kah Pathen la ke, amah la n'lamtawn uh dongah la mamih n'khang he. BOEIPA amah te lamtawn uh coeng dongah omngaih uh sih lamtah amah kah khangnah khuiah kohoe sak uh sih,” a ti ni.
10Want de hand van Jahweh zal op deze berg blijven rusten: De vijand zal worden vertrapt als stro op de mestvaalt;
10Hekah tlang soah BOEIPA kah kut loh a om thil ni. Tedae aeknaeng tui dongkah cangkong a til bangla Moab te a hmuila a til ni.
11En slaat hij zijn handen daarin uit, als een zwemmer, Hij drukt hem neer als hij opkomt, en zijn handen opsteekt.
11Tui aka ya loh tuiya ham a phuel uh bangla a laklung ah a kut a phuel vetih a boeimang neh a kut dongkah kutrham te khaw a kunyun pah ni.
12Zijn steden en hoge wallen gooit Hij omver, Hij stort ze neer, en smijt ze in het stof op de grond!
12Na imsang hmuencak vongtung te a kunyun sak vetih diklai laipi a ben duela a ngam sak ni.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.