1 Timoteus
Chapter 6

1 Timoteus

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Modern Hebrew Bible
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Allen, die het slavenjuk torsen, moeten hun meesters hoogachten, opdat de naam van God en de leer niet worden gelasterd.
1כל אשר הם תחת על העבדות יחשבו את אדניהם ראוים לכל כבוד למען לא יחלל שם האלהים והלקח׃
2Zij die gelovigen tot meesters hebben, mogen ze niet minachten, omdat ze broeders zijn; maar ze moeten hen des te beter dienen, juist omdat ze gelovigen zijn en welbeminden, die zich toeleggen op weldoen. Zó moet ge leren en vermanen.
2ואלה אשר אדניהם בני אמונה אל יקלו אתם על היותם אחים כי אם יעבדום ביותר בעבור כי מאמינים ואהובים הם המשתדלים לגמל חסד את זאת תלמד ותצוה׃
3Wie vreemde dingen leert, en zich niet houdt aan de gezonde prediking van onzen Heer Jesus Christus en aan de vrome leer,
3האיש אשר יורה תורה אחרת ולא יעמד בדברים הבריאים של אדנינו ישוע המשיח ובלקח החסידות׃
4is door hoogmoed beneveld. Hij begrijpt niets, maar hij is ziek van twistvragen en woordenstrijd, waaruit nijd ontstaat, twist, gelaster, boze argwaan
4נפשו עפלה ולא ידע מאומה כי אם חלה הוא בשאלות ומחלקות מלים המביאים לידי קנאה ומריבה וגדופים וחשד רע׃
5en voortdurend gewrijf van mensen, die geestelijk bedorven zijn en van de waarheid beroofd, en die menen, dat de godsvrucht hetzelfde is als een bron van verdiensten.
5וכוחי הבל של אנשים נשחתי דעת ומחסרי אמת השמים את החסידות לדבר בצע סור מאנשים כאלה׃
6Zeker, de godsvrucht is een krachtige bron van verdiensten, zo ze gepaard gaat met tevredenheid.
6ואף אמנם יתרון גדול היא החסידות עם לב שמח בגורלו׃
7We hebben niets in de wereld meegebracht, omdat we er toch ook niets kunnen uitdragen.
7כי לא הבאנו מאומה לעולם בידוע שגם לא נוכל להוציא ממנו מאומה׃
8Hebben we dus voedsel en kleding, dan moeten we daarmee ook tevreden zijn.
8ועל כן אם יש לנו מזון וכסות נסתפקה בהם׃
9Zij, die echter rijk willen worden, vallen in bekoring en strik, en in vele dwaze en schandelijke begeerten, welke de mensen neerstorten in ondergang en verderf.
9אבל המבקשים להעשיר יפלו בנסיון ובמוקשים וברב תאות סבלות ומשחיתות המשקיעות את האדם בשחת ובאבדון׃
10Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door hieraan toe te geven, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich veel stekende pijnen bereid.
10כי שרש כל הרעות אהבת הכסף ויש אשר ערגו לו ויסורו מן האמונה ויעציבו את נפשם במכאבים רבים׃
11Man Gods, gij moet u daarvoor wachten! Streef liever naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, geduld en zachtmoedigheid.
11ואתה איש האלהים ברח לך מאלה ורדף צדקה וחסידות ואמונה ואהבה וסבלנות וענוה׃
12Strijd de goede strijd van het geloof; ding naar het eeuwige leven, waartoe ge geroepen zijt, en voor vele getuigen de heerlijke belijdenis hebt afgelegd.
12הלחם המלחמה הטובה של האמונה ואחז חיי עולמים אשר נקראת להם והודית הודאה יפה בפני עדים רבים׃
13Ik beveel u bij God, die alles ten leven verwekt, en bij Christus Jesus, die onder Póntius Pilatus de heerlijke belijdenis heeft afgelegd,
13הנני מצוך נגד האלהים המחיה את כל ונגד המשיח ישוע אשר העיד ההודאה היפה לפני פנטיוס פילטוס׃
14dat ge dit gebod zult volbrengen, vlekkeloos en onberispelijk tot aan de komst van Jesus Christus onzen Heer.
14כי שמור תשמר את המצוה באין שמץ ודפי עד הופעת המשיח ישוע אדנינו׃
15Hem zal te zijner tijd de zalige en enige Heerser openbaren, de Koning der koningen en Heer der heren,
15אשר יראנה בעתה המברך והשליט לבדו מלך המלכים ואדני האדנים׃
16Hij die alleen de onsterfelijkheid bezit, die het ontoegankelijk licht bewoont, dien geen mens heeft gezien of kàn zien, wien de eer is en eeuwige macht. Amen!
16אשר הוא לבדו חי וקים והוא הדר באור נשגב ואיש לא ראהו ולא יוכל לראונו ולו הכבוד וגבורת עולמים אמן׃
17Vermaan de rijken dezer wereld, dat ze niet trots mogen zijn; dat ze hun hoop niet stellen op wisselvallige rijkdom, maar op God, die ons rijkelijk van alles voorziet, om er van te genieten;
17את עשירי העולם הזה תצוה שלא ירום לבבם גם לא יבטחו בעשר הבוגד כי אם באלהים חיים המספיק לנו די והותר לשבע׃
18dat ze deugdzaam moeten zijn en rijk in goede werken, vrijgevig ook en mededeelzaam.
18ויגמלו טוב ויעשירו במעשים טובים לתת מהונם ולעזר לזולתם׃
19Dan stapelen ze zich voor de toekomst een goede grondslag op, waarop ze het eeuwig leven bereiken.
19ויאצרו להם אוצר ליסוד טוב לעתיד שישיגו את חיי העולם׃
20Timóteus, bewaar het toevertrouwde pand. Wend u af van de profane beuzelpraat, van de twistvragen der zogenaamde Kennis,
20אתה טימותיוס שמר את הפקדון והתרחק מדברי הבל הפסולים ומן וכוחי המדע הנקרא כן בשקר׃
21waartoe sommigen zich hebben bekend, en het spoor in het geloof zijn bijster geworden. De genade zij met u allen!
21אשר יש מתפארים בו ויתעו מן האמונה׃ [ (I Timothy 6:22) החסד עמך אמן׃ ]

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.