ΔΕΥΤΕΡΟΝΟΜΙΟΝ
Chapter 17
Septuagint (Brenton Gree…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ΔΕΥΤΕΡΟΝΟΜΙΟΝ 17

Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Οὐ θύσεις Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου μόσχον ἢ πρόβατον, ἐν ᾧ ἐστιν ἐν αὐτῷ μῶμος, πᾶν ῥῆμα πονηρόν· ὅτι βδέλυγμα Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου ἐστίν.
1Gij moogt Jahweh, uw God, geen rund of schaap offeren, dat een gebrek heeft, of waaraan iets scheelt, want dit is een gruwel voor Jahweh, uw God.
2Ἐὰν δὲ εὑρεθῇ ἐν μιᾷ τῶν πόλεών σου, ὧν Κύριος ὁ Θεός σου δίδωσί σοι, ἀνὴρ ἢ γυνὴ ὃς ποιήσει τὸ πονηρὸν ἐναντίον Κυρίου τοῦ Θεοῦ σου, παρελθεῖν τὴν διαθήκην αὐτοῦ,
2Wanneer in een van uw steden, die Jahweh, uw God, u zal geven, onder u een man of een vrouw wordt gevonden, die kwaad doet in de ogen van Jahweh, uw God, en zijn Verbond overtreedt,
3καὶ ἐλθόντες λατρεύσωσι θεοῖς ἑτέροις, καὶ προσκυνήσωσιν αὐτοῖς, τῷ ἡλίῳ, ἢ τῇ σελήνῃ, ἢ παντὶ τῶν ἐκ τοῦ κόσμου τοῦ οὐρανοῦ, ἂ οὐ προσέταξέ σοι,
3die vreemde goden gaat dienen en aanbidden, zon, maan of heel het heir des hemels, wat ik u verboden heb,
4καὶ ἀναγγελῇ σοι καὶ ἐκζητήσῃς σφόδρα, καὶ ἰδοὺ ἀληθῶς γέγονε τὸ ῥῆμα, γεγένηται τὸ βδέλυγμα τοῦτο ἐν Ἰσραήλ·
4dan moet ge, zodra ge bericht ervan krijgt, een zorgvuldig onderzoek instellen. En wanneer het ontwijfelbaar vaststaat, dat die gruwel in Israël is gepleegd,
5Καὶ ἐξάξεις τὸν ἄνθρωπον ἐκεῖνον, ἢ τὴν γυναῖκα ἐκείνην, καὶ λιθοβολήσετε αὐτοὺς ἐν λίθοις, καὶ τελευτήσουσιν.
5dan moet ge dien man of die vrouw, die dat kwaad heeft bedreven, buiten de poort leiden en ze stenigen tot ze sterven.
6Ἐπὶ δυσὶ μάρτυσιν ἢ ἐπὶ τρισὶ μάρτυσιν ἀποθανεῖται· ὁ ἀποθνήσκων οὐκ ἀποθανεῖται ἐφʼ ἑνὶ μάρτυρι.
6Op het woord van twee of drie getuigen zal de schuldige met de dood worden gestraft; maar hij mag niet worden gedood op het woord van slechts één getuige.
7Καὶ ἡ χεὶρ τῶν μαρτύρων ἔσται ἐπʼ αὐτῷ ἐν πρώτοις θανατῶσαι αὐτὸν, καὶ ἡ χεὶρ τοῦ λαοῦ ἐπʼ ἐσχάτων· καὶ ἐξαρεῖς τὸν πονηρὸν ἐξ ὑμῶν αὐτῶν.
7De hand van de getuigen moet het eerst tegen hem worden geheven, om hem te doden, en daarna de hand van het hele volk. Zo zult gij dit kwaad uit uw midden uitroeien.
8Ἐὰν δὲ ἀδυνατήσῃ ἀπὸ σοῦ ῥῆμα ἐν κρίσει ἀναμέσον αἷμα αἵματος, καὶ ἀναμέσον κρίσις κρίσεως, καὶ ἀναμέσον ἁφὴ ἁφῆς, καὶ ἀναμέσον ἀντιλογία ἀντιλογίας, ῥήματα κρίσεως ἐν ταῖς πόλεσιν ὑμῶν, καὶ ἀναστὰς ἀναβήσῃ εἰς τὸν τόπον ὃν ἂν ἐκλέξηται Κύριος ὁ Θεός σου ἐκεῖ,
8Wanneer bij een moordzaak, een rechtsgeschil, een kwetsuur, of een twistgeding de uitspraak binnen uw poorten u te moeilijk valt, moet ge de zitting opheffen en naar de plaats gaan, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen.
9καὶ ἐγεύσῃ πρὸς τὸνς ἱερεῖς τοὺς Λευίτας, καὶ πρὸς τὸν κριτὴν ὃς ἂν γένηται ἐν ταῖς ἡμέραις ἐκείναις, καὶ ἐκζητήσαντες ἀναγγελοῦσί σοι τὴν κρίσιν.
9Daar moet gij u bij de levietische priesters vervoegen en bij den rechter, die er dan zetelt, en hen raadplegen; zij zullen u de beslissing geven.
10Καὶ ποιήσεις κατὰ τὸ πρᾶγμα ὃ ἂν ἀναγγείλωσί σοι ἐκ τοῦ τόπου, οὗ ἐὰν ἐκλέξηται Κύριος ὁ Θεός σου, καὶ φυλάξῃ ποιῆσαι πάντα ὅσα ἂν νομοθετηθῇ σοι.
10En gij moet handelen volgens de uitspraak, die zij u op de plaats, die Jahweh zal uitverkiezen, zullen geven, en u nauwgezet houden aan al wat zij voor u zullen beslissen.
11Κατὰ τὸν νόμον καὶ κατὰ τὴν κρίσιν ἣν ἂν εἴπωσί σοι, ποιήσεις· οὐκ ἐκκλινεῖς ἀπὸ τοῦ ῥήματος οὗ ἐὰν ἀναγγείλωσί σοι δεξιὰ οὐδὲ ἀριστερά.
11Gij moet handelen naar de uiteenzetting, die zij u hebben gegeven en naar het oordeel, dat zij voor u hebben geveld, en noch ter rechter- noch ter linkerzijde afwijken van de uitspraak, die zij u hebben meegedeeld.
12Καὶ ὁ ἄνθρωπος ὃς ἐὰν ποιήσῃ ἐν ὑπερηφανίᾳ, ὥστε μὴ ὑπακοῦσαι τοῦ ἱερέως τοῦ παρεστηκότος λειτουργεῖν ἐπὶ τῷ ὀνόματι Κυρίου τοῦ Θεοῦ σου, ἢ τοῦ κριτοῦ ὃς ἂν ἠ· ἐν ταῖς ἡμέραις ἐκείναις, καὶ ἀποθανεῖται ὁ ἄνθρωπος ἐκεῖνος, καὶ ἐξαρεῖς τὸν πονηρὸν ἐξ Ἰσραήλ.
12De man, die vermetel genoeg is, niet te luisteren naar den priester, die daar staat, om Jahweh, uw God, te dienen, of naar den rechter, zal sterven. Zo zult ge dit kwaad uit Israël uitroeien;
13Καὶ πᾶς ὁ λαὸς ἀκούσας φοβηθήσεται, καὶ οὐκ ἀσεβήσει ἔτι.
13want heel het volk zal het horen en vrezen, en niet meer opstandig zijn.
14Ἐὰν δὲ εἰσέλθῃς εἰς τὴν γῆν ἣν Κύριος ὁ Θεός σου δίδωσί σοι, καὶ κληρονομήσῃς αὐτὴν, καὶ κατοικήσῃς ἐπʼ αὐτὴν, καὶ εἴπῃς, καταστήσω ἐπʼ ἐμαυτὸν ἄρχοντα, καθὰ καὶ τὰ λοιπὰ ἔθνη τὰ κύκλῳ μου·
14Wanneer gij in het land zijt gekomen, dat Jahweh, uw God, u zal geven, het in bezit hebt genomen, en u daar zult hebben gevestigd, en zegt: Ik wil een koning over mij aanstellen, zoals alle volken, die mij omringen,
15καθιστῶν καταστήσεις ἐπὶ σεαυτὸν ἄρχοντα, ὃν ἂν ἐκλέξηται Κύριος ὁ Θεὸς αὐτόν· ἐκ τῶν ἀδελφῶν σου καταστήσεις ἐπὶ σεαυτὸν ἄρχοντα· οὐ δυνήσῃ καταστῆσαι ἐπὶ σεαυτὸν ἄνθρωπον ἀλλότριον, ὅτι οὐκ ἀδελφός σου ἐστί.
15dan moogt gij slechts als koning over u aanstellen, dien Jahweh, uw God, zal uitverkiezen. Het moet iemand uit uw broeders zijn, dien gij als koning over u aanstelt; in geen geval moogt gij een buitenlander, iemand die niet tot uw broeders behoort, aan uw hoofd plaatsen.
16Διότι οὐ πληθυνεῖ ἑαυτῷ ἵππον, οὐδὲ μὴ ἀποστρέψῃ τὸν λαὸν εἰς Αἴγυπτον, ὅπως μὴ πληθύνῃ αὑτῷ ἵππον· ὁ δὲ Κύριος εἶπεν, οὐ προσθήσεσθε ἀποστρέψαι τῇ ὁδῷ ταύτῃ ἔτι.
16Hij mag geen talrijke paarden gaan houden, en het volk niet naar Egypte terugvoeren om meer paarden te krijgen; want Jahweh heeft u gezegd: Nooit keert ge meer terug langs die weg!
17Καὶ οὐ πληθυνεῖ ἑαυτῷ γυναῖκας, ἵνα μὴ μεταστῇ αὐτοῦ καρδία· καὶ ἀργύριον καὶ χρυσίον οὐ πληθυνεῖ ἑαυτῷ σφόδρα.
17Ook mag hij geen talrijke vrouwen nemen, om niet afvallig te worden, en niet veel zilver en goud ophopen.
18Καὶ ὅταν καθίσῃ ἐπὶ τῆς ἀρχῆς αὐτοῦ, καὶ γράψει αὑτῷ τὸ δευτερονόμιον τοῦτο εἰς βιβλίον παρὰ τῶν ἱερέων τῶν Λευιτῶν,
18En zodra hij de koningstroon heeft beklommen, moet hij zich op een boekrol een afschrift van de Wet laten maken, die bij de levietische priesters berust,
19καὶ ἔσται μετʼ αὐτοῦ, καὶ ἀναγνώσεται ἐν αὐτῷ πάσας τὰς ἡμέρας τῆς ζωῆς αὐτοῦ, ἵνα μάθῃ φοβεῖσθαι Κύριον τὸν Θεόν σου, καὶ φυλάσσεσθαι πάσας τὰς ἐντολὰς ταύτας, καὶ τὰ δικαιώματα ταῦτα ποιεῖν·
19het bij zich houden en er iedere dag van zijn leven in lezen, om Jahweh, zijn God, te leren vrezen en alle geboden van deze Wet en deze bepalingen nauwgezet te volbrengen.
20ἵνα μὴ ὑψωθῇ ἡ καρδία αὐτοῦ ἀπὸ τῶν ἀδελφῶν αὐτοῦ, ἵνα μὴ παραβῇ ἀπὸ τῶν ἐντολῶν δεξιὰ ἢ ἀριστερὰ, ὅπως ἂν μακροχρονίσῃ ἐπὶ τῆς ἀρχῆς αὐτοῦ, αὐτὸς καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ ἐν τοῖς υἱοῖς Ἰσραήλ.
20Zo zal hij zich niet trots boven zijn broeders verheffen, noch ter rechter- of ter linkerzijde van de geboden afwijken, en lange tijd met zijn zonen zijn koningschap in Israël behouden.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.