Exodus 17
Bible Mutal (Kosraean)Translation
Bible Mutal (Kosraean)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Sruf nukewa lun mwet Israel som liki yen mwesis Sin, ac mukuiyak liki sie acn nu ke sie pac acn oana LEUM GOD El sapkin nu selos. Elos tulokunak lohm nuknuk selos Rephidim, tusruk wangin kof in nimnim we.
1Daarna brak heel de gemeenschap van Israëls kinderen op, en trok uit de woestijn Sin van halte tot halte verder, volgens de aanwijzingen van Jahweh. Toen zij hun legerplaats te Refidim hadden opgeslagen, bleek daar geen drinkwater voor het volk te zijn.
2Elos torkaskas nu sel Moses ac fahk, “Se kof nimasr.” Moses el topuk, “Efu kowos ku torkaskas nu sik? Efu kowos ku srike LEUM GOD ?”
2Het volk begon met Moses te twisten en zeide: Geef ons water te drinken! Moses antwoordde: Waarom zoekt ge twist met mij, en stelt ge Jahweh op de proef?
3A mwet uh arulana malu ac sikalani na in torkaskas nu sel Moses. Elos fahk, “Mea, kom uskutme liki acn Egypt in tuh unikuti, ac tulik natusr ac kosro natusr, ke malu?”
3Maar het volk, dat daar naar water smachtte, bleef tegen Moses morren, en zeide: Waarom hebt ge ons uit Egypte gehaald, om ons, onze kinderen en ons vee te doen sterven van dorst?
4Moses el kwafeang in pre nu sin LEUM GOD ac fahk, “Mea nga ac ku in oru nu sin mwet inge? Elos akola in tungalyu pa inge.”
4Toen riep Moses tot Jahweh: Wat moet ik dan toch met dit volk beginnen; het scheelt niet veel, of ze stenigen mij!
5LEUM GOD El fahk nu sel Moses, “Eis kutu sin mwet kol lun Israel wi kom, ac fahla meet liki mwet uh. Us sikal soko ma kom tuh sang sringilya Infacl Nile ah.
5En Jahweh gaf Moses ten antwoord: Ga met enige oudsten van Israël voor het volk uit, neem de staf mee, waarmee ge op de Nijl hebt geslagen, en begeef u op weg.
6Ke kom fah sun sie eot pe eol Sinai, nga fah tu fac ye motom. Puokya eot sac, ac kof uh ac sororma liki, tuh mwet uh in nim kac.” Moses el oru ouinge ye mutun mwet kol lun Israel.
6Zie, Ik zal daar vóór u staan op de rots, op de Horeb; dan moet ge op de rots slaan en er zal water uitkomen, zodat het volk kan drinken. Moses deed dit ten aanschouwen van Israëls oudsten.
7Ac Moses el sang inen acn sac Massah, mweyen mwet Israel elos tuh torkaskas. Acn sac pacna el sang ine Meribah, mweyen mwet uh elos tuh srike LEUM GOD ke elos fahk, “Ya LEUM GOD El wi kut, ku tia?”
7Die plaats werd Massa en Meriba genoemd, omdat de kinderen Israëls daar hadden getwist, en Jahweh op de proef hadden gesteld door te zeggen: Is Jahweh in ons midden, of is Hij er niet?
8Mwet Amalek tuku ac mweun nu sin mwet Israel in acn Rephidim.
8Te Refidim ook kwamen de Amalekieten, om Israël te bestrijden.
9Moses el fahk nu sel Joshua, “Sulela kutu mwet in som ac mweuni mwet Amalek lutu. Nga fah tu fin inging uh ac sruokya sikal soko ma God El sap nga in us uh.”
9Toen sprak Moses tot Josuë: Kies mannen uit, om tegen Amalek ten strijde te trekken; ik zelf zal morgen op de top van de heuvel gaan staan met de staf van God in mijn hand.
10Joshua el oru oana Moses el sapkin nu sel, ac illa in mweun lain mwet Amalek, ke Moses, Aaron, ac Hur fanyak nu fin mangon inging uh.
10Josuë deed wat Moses hem had gezegd. Hij trok uit, om Amalek te bestrijden, terwijl Moses, Aäron en Choer de top van de heuvel beklommen.
11Lusenna pacl Moses el kolak paol nu lucng, na mwet Israel ah ku, a ke el eisya paol nu ten, na mwet Amalek ah ku.
11Zolang Moses zijn handen omhoog hield, had Israël de overhand, maar zodra hij zijn handen liet zakken, was Amalek sterker.
12Pacl se paol Moses mutawauk in ulla, Aaron ac Hur use sie eot elan muta fac, ac eltal tu siskal lac lac, ac kolak paol kewa nu lucng. Eltal kolak paol nwe ke faht ah tili.
12Maar tenslotte werden de handen van Moses vermoeid. Nu namen zij een steen, legden die onder hem, en hij ging er op zitten; terwijl Aäron en Choer, ieder aan een kant, zijn handen ondersteunden, zodat zijn handen gestrekt bleven tot zonsondergang toe.
13Ouinge Joshua el arulana kutangla mwet Amalek.
13Zo joeg Josuë de horden der Amalekieten over de kling.
14Na LEUM GOD El fahk nu sel Moses, “Simusla luman kutangla se inge tuh in ku in esamyuk. Fahk nu sel Joshua lah nga ac arulana kunausla mwet Amalek uh.”
14Toen sprak Jahweh tot Moses: Schrijf het ter gedachtenis in een boek, en prent het Josuë in het geheugen, dat Ik de herinnering aan Amalek onder de zon zal uitwissen.
15Moses el etoak loang se ac sang ine, “ LEUM GOD El Flag Luk.”
15En Moses bouwde een altaar en noemde het: Jahweh is mijn banier.
16El fahk, “Kolak flag lun LEUM GOD nu lucng! LEUM GOD El ac fah mweuni mwet Amalek uh nwe tok!”
16Want hij sprak: De hand aan Jahweh’s banier! Jahweh strijdt tegen Amalek Van geslacht tot geslacht.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.